Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Taaladvies.net

U bent hier: taalunieversum » taaladvies

Stafchef / chef-staf

Vraag

Is er verschil in betekenis tussen de termen stafchef en chef-staf?

Antwoord

Nee, maar de term stafchef wordt alleen in België gebruikt en de term chef-staf in Nederland, beide termen vrijwel uitsluitend voor de militaire functie van hoofd van een staf van een legeronderdeel. In België wordt de term stafchef ook gebruikt voor de hoogste commandanten van de verschillende krijgsmachtdelen, bijvoorbeeld stafchef van de landmacht.

De termen stafchef en chef-staf worden in het Nederlands niet gebruikt voor civiele functies. Als vertaling van de Amerikaanse functie chief-of-staff adviseren wij in Nederland chef-staf of hoofd van de staf te gebruiken en in België stafchef of kabinetschef.

Toelichting

De meeste woordenboeken maken geen betekenisverschil tussen stafchef (meervoud: stafchefs) en chef-staf (meervoud: chef-stafs of chefs van staven; in de praktijk wordt de meervoudsvorm chef-stafs door militairen niet gebezigd) en vermelden dat het om de militaire functie gaat van hoofd van een (of: de generale) staf.

Staf heeft als algemene betekenis 'geheel van leidinggevende medewerkers', bijvoorbeeld wetenschappelijke staf (van een universiteit). Binnen de krijgsmacht verstaat men onder staf de planningscapaciteit van de commandant van een legeronderdeel, bijvoorbeeld van een bataljon, brigade of divisie. Een staf geeft dus geen leiding, maar ondersteunt de commandant. Aan het hoofd van een staf staat een chef, de chef-staf (in Nederland) of stafchef (in België). Hoewel een chef-staf een hoge militaire rang kan hebben, gaat het in beginsel om een ondergeschikte positie.

Met de term generale staf wordt in het algemeen de opperste legerleiding aangeduid (vergelijk Engels General Staff, Duits Generalstab, Frans état-major général). De Nederlandse generale staf draagt sinds 1976 de naam landmachtstaf. In Nederland was de generale staf en is de landmachtstaf bevoegd voor de Koninklijke Landmacht (een krijgsmachtdeel), maar in België is de generale staf bevoegd voor de gehele krijgsmacht. In Nederland is de defensiestaf de overkoepelende staf.

Aangezien in Nederland het instituut van de generale staf niet meer onder die naam bestaat, is er geen Nederlandse militaire autoriteit die de functie van chef van de generale staf (CGS) bekleedt. Aan het hoofd van de landmachtstaf staat de bevelhebber der landstrijdkrachten (BLS), die tevens de hoogste commandant is. Van 1954 tot 1992 was de CGS resp. de BLS tevens chef landmachtstaf (CLAS). Bij de Koninklijke Marine en de Koninklijke Luchtmacht zijn de functies van chef marinestaf en bevelhebber der zeestrijdkrachten respectievelijk chef luchtmachtstaf en bevelhebber der luchtstrijdkrachten nog steeds in een personele unie verenigd. De hoogste commandanten van de verschillende krijgsmachtdelen worden meestal aangeduid als bevelhebbers, maar niet als chef'staf. De marinestaf wordt overigens doorgaans 'admiraliteit' genoemd en de luchtmachtstaf 'hoofdkwartier luchtmacht'.

De Belgische generale staf komt overeen met de Nederlandse defensiestaf. De Nederlandse collega van de Belgische chef van de generale staf is dan ook de chef defensiestaf (CDS), de hoogste Nederlandse militair en de belangrijkste adviseur van de minister van Defensie in militaire aangelegenheden. De hoofden van de verschillende krijgsmachtdelen heten in België stafchef (van de zee-, land- en luchtmacht).

In een schema:

Nederland

België

chef defensiestaf (CDS)

chef van de generale staf

chef marinestaf (CMS)/bevelhebber der zeestrijdkrachten (BZS)

stafchef van de zeemacht

bevelhebber der landstrijdkrachten (tevens chef van de generale staf (CGS) (voor 1976) resp. chef landmachtstaf (CLAS) (1976-1992)

stafchef van de landmacht

chef luchtmachtstaf (CLS)/ bevelhebber der luchtstrijdkrachten (BDL)

stafchef van de luchtmacht

Aan het hoofd van de Nederlandse Koninklijke Marechaussee, sinds 1998 een zelfstandig krijgsmachtdeel, staat eveneens een bevelhebber, en ook de Medische Dienst van de Belgische strijdkrachten, een zelfstandig krijgsmachtdeel, heeft een stafchef.

In de Verenigde Staten wordt de term chief-of-staff ook gebruikt voor civiele functionarissen, bijvoorbeeld de chief-of-staff van het Witte Huis, het hoofd van de staf van de Amerikaanse president. In Nederland en België worden vergelijkbare functies niet chef-staf of stafchef genoemd; min of meer vergelijkbare civiele functies in Nederland zijn onder meer: grootmeester van het Huis van de Koningin (hoofd van de koninklijke hofhouding), hoofd van het kabinet van de minister-president, hoofd van het kabinet van de gouverneur van de Nederlandse Antillen; in België: kabinetschef van (het kabinet van) de minister-president van de Vlaamse regering. Wij raden aan de Engelse term chief-of-staff, als daarmee een civiele functie wordt aangeduid, in Nederland te vertalen als chef-staf of als hoofd van de staf, en in België als stafchef of als kabinetschef.

Zie ook

Milicien / dienstplichtige

Bronnen

Honderdvijftig jaar Generale Staf, 1814-11 maart-1964. Overzicht van de ontwikkeling van de Koninklijke Landmacht (1964).'s-Gravenhage.
Hoffenaar, J. & Schoenmaker, B. (1994). Met de blik naar het Oosten: de Koninklijke Landmacht 1945-1990, Den Haag: ministerie van Defensie. (p. 133, 184, 302).

Naslagwerken

WNT (onder staf); Winkler Prins (1990-1993) (onder generale staf)


chef-staf

stafchef

Grote Van Dale (2005)

hoofd van een legerstaf

(veroud.) chef-staf

Van Dale Hedendaags Nederlands (2006)

1 hoofd van een legerstaf

1 chef van de generale staf

Verschueren (1996)

stafchef

Mil. chef van de generale staf.

Wolters-Koenen (1996)

(mil) hoofd van de (generale) staf, stafchef: chef marinestaf

(mil) hoofd vd (generale) staf, chef-staf

Kramers (1996)

mil hoofd van een staf, inz de generale staf

leider van de staf (legerleiding; de generale de opperste legerleiding (...))