Is residentieel in de betekenis van 'exclusief, chic, luxueus' correct?
Ja, in die betekenis is residentieel standaardtaal in België.
Residentieel is een bijvoeglijk naamwoord afgeleid van het zelfstandig naamwoord residentie. Dat woord betekent in de eerste plaats 'het resideren, het verblijven op een bepaalde plaats'. De betekenis van het bijvoeglijk naamwoord is dan ook in de eerste plaats 'betrekking hebbend op de residentie'. Tegenwoordig wordt residentieel in de standaardtaal ook frequent gebruikt in de welzijnssector, in de volgende betekenissen:
- 'in de verzorgingsinstelling zelf' (zoals in residentiële hulpverlening), in tegenstelling tot ambulant, wat 'ten huize van de patiënt' betekent;
- 'waarbij de leerlingen op school wonen' (zoals in een residentieel vakinternaat).
Een meer gespecialiseerde betekenis van residentie is 'de verblijfplaats van een vorst'. Naar analogie van die betekenis heeft het bijvoeglijk naamwoord in de standaardtaal in België er de betekenis van 'exclusief, chic, luxueus' bij gekregen. Zo is een residentiële villa een zeer luxueuze woning, een residentiële bouwgrond is bestemd voor duurdere woningbouw en een residentieel dorp is een rustig gelegen, landelijk dorp waar het goed wonen is.
(1) Het prinsenpaar woont nu in een residentiële villa. [standaardtaal in België]
(2) We hebben een huis gekocht in een zeer residentiële wijk. [standaardtaal in België]
In Nederland wordt residentieel niet op die manier gebruikt.
| residentieel | luxueus | |
| Grote Van Dale (2005) | 2 (…) (alg.Belg.N.) (van woonwijken, huizen, flats) chic, exclusief; (…) (alg.Belg.N.) (van bouwgrond) bestemd voor duurdere woningbouw | weelderig |
| Van Dale Hedendaags Nederlands (2002) | 1 betr. hebbend op de residentie | 1 niet direct nodig maar wel prettig of comfortabel (…) syn. luxe, somptueus, weelderig |
| Verschueren (1996) | van, betreffende een residentie | weelderig |
| Koenen (1999) | behorend bij, verbonden aan een verblijf; woon- | met weelde, weelderig |
| Kramers (2000) | ZN 1 vooral (gezegd van een dorp of stad) bestemd of geschikt om te worden bewoond; inz gezegd van een deftige woonwijk met villa's enz. in een landelijke omgeving (…) 2 landelijk, met veel groen, niet dicht bevolkt; in een landelijke omgeving; vrijstaand; 3 luxueus, comfortabel; 4 geschikt om te worden gebruikt als luxe vakantie- of weekendverblijf | weelderig, prachtig, kostbaar ingericht, uitgevoerd enz. |
| Correct Taalgebruik (2001), p. 215 | Een wijk met uitsluitend villa's is een villawijk, een wijk met uitsluitend woonhuizen is een woonwijk; in plaats van residentieel gebruiken we bijvoeglijke naamwoorden als chique, luxueus, exclusief. | - |
| Woordenboek correct taalgebruik (2004), p. 231 | [wordt afgekeurd] residentiële buurt, luxueuze woonwijk met vooral villa's, villawijk; - wonen, 1) luxueus, exclusief wonen, 2) beschermd wonen, zorgwonen; residentiële bouwgrond, exclusieve bouwgrond; residentiële ligging, exclusieve ligging; residentiële caravan, luxueuze stacaravan | - |
| Taalwijzer (1998), p. 357 | [bij villawijk] niet: residentiële wijk | - |
| Stijlboek VRT (2003), p. 201 | [bij residentie, residentieel] Residentieel heeft betrekking op een residentie, de plek waar een geestelijke zijn functie uitoefent of de woonplaats van een staatshoofd. (…) Niet gebruiken voor: exclusieve woonwijk, villawijk. | - |
| Vlaams-Nederlands woordenboek (2003) | luxueus, chic | - |