Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Quasi

Vraag

Is quasi correct gebruikt in de zin Op dit ogenblik is de toestand op de Brusselse ring weer quasi normaal?

Antwoord

Nee, in de standaardtaal betekent quasi 'schijnbaar, zogenaamd, als het ware' en niet 'bijna, nagenoeg'.

Toelichting

Quasi wordt in de standaardtaal in het hele taalgebied gebruikt als bijwoord in de betekenis 'schijnbaar, zogenaamd, als het ware'.

(1) Quasi geïnteresseerd luisterde hij naar wat ik te zeggen had. ('schijnbaar')

(2) Hij kwam quasi wat vragen over de tuin, maar eigenlijk wilde hij weten of we bezoek hadden. ('zogenaamd') (minder gebruikelijk)

In combinatie met een bijvoeglijk naamwoord of een zelfstandig naamwoord fungeert quasi gewoonlijk als voorvoegsel (of: eerste deel van een samenstelling).

(3) In een quasiwetenschappelijk betoog probeerde de spreker vervolgens de voordelen van het product duidelijk te maken. ('schijnbaar', 'niet-echt', 'pseudo')

(4) Dat woord is geen echt dialect, maar quasidialect. ('onecht')

Als juridische en fiscale termen komen bijvoorbeeld voor: quasicontract, quasimisdrijf, quasirente (quasi- betekent hier 'in schijn', 'naar de vorm'). De Woordenlijst vermeldt onder meer de bijvoeglijke naamwoorden quasiauthentiek, quasi-intellectueel, quasinonchalant en quasionschuldig. In de genoemde betekenissen behoort het gebruik van quasi tot de standaardtaal.

In België wordt quasi daarnaast regelmatig gebruikt als bijwoord in de betekenis 'bijna, nagenoeg, zo goed als', net als in het Frans en het Italiaans. Het is er echter geen standaardtaal.

(5) We waren quasi thuis toen de auto het liet afweten. ('bijna') (in België, geen standaardtaal)

(6) De eerste oplage van zijn nieuwe roman is in een week tijd quasi volledig verkocht. ('nagenoeg') (in België, geen standaardtaal)

Zie ook

Hoe klinkerbotsing te vermijden? (Leidraad 7.2)

Naslagwerken

ANS (1997), p. 651 of online via de E-ANS; Woordenlijst (2005)

 

quasi

bijna
Grote Van Dale (2005) 4 (Belg.N., niet alg.) als het ware, bij wijze van spreken, syn. vrijwel,  nagenoeg zó dat er weinig aan ontbreekt of een eigenschap op toestand bestaat, of een handeling zich voltrekt, syn. schier
Van Dale Hedendaags Nederlands (2006) [in deze betekenis niet opgenomen] 1 zó dat het weinig scheelt of iets bestaat of zich voltrekt, syn. bijkans, ei zo na, haast, (…)
Verschueren (1996) [in deze betekenis niet opgenomen] ten naaste bij (…) Syn. *bijkans
Koenen (2006) [in deze betekenis niet opgenomen] ten naaste bij, bijkans, schier
Kramers (2000) 3 ZN vrijwel, bijna, nagenoeg, haast niet geheel
Correct Taalgebruik (2006), p. 207 Het woord quasi heeft in het Nederlands een geheel andere betekenis dan in het Frans. Ook de uitspraak is verschillend (…) In het Frans betekent quasi: bijna, vrijwel, nagenoeg, zo goed als, terwijl het in het Nederlands vrijwel altijd aangeeft dat iets niet echt is. Het is een synoniem van schijnbaar, in schijn, zogenaamd, pseudo. -
Woordenboek correct taalgebruik (2004), p. 224 [wordt afgekeurd] - onmogelijk, bijna, haast, nagenoeg, vrijwel -
Taalwijzer (1998), p. 274 betekent: schijnbaar, zogenaamd, pseudo (en niet: bijna, vrijwel, zoals in het Fr.) -
Stijlboek VRT (2003), p. 195 Quasi betekent: schijnbaar, zogenaamd, naar men voorgeeft, pseudo. (…) Niet gebruiken voor: vrijwel, nagenoeg, bijna, zo goed als. -
Vlaams-Nederlands woordenboek (2003) in België ook: nagenoeg, vrijwel, bijna, ongeveer [in Nederland: schijnbaar, zogenaamd] -