Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Op punt stellen, op punt staan

Vraag

Zijn de uitdrukkingen (iets) op punt stellen en op punt staan correct?

Antwoord

Deze uitdrukkingen zijn standaardtaal in België. Standaardtaal in het hele taalgebied zijn werkwoorden als bijstellen, bijwerken, preciseren, (verder) uitwerken en combinaties als in orde brengen/maken of in orde zijn.

Toelichting

Om te zeggen dat iets tot in de laatste details geregeld, verder aangepast of verbeterd wordt of is, gebruikt men in het hele taalgebied afhankelijk van de context onder meer de werkwoorden bijstellen, bijwerken, preciseren, (verder) uitwerken of de uitdrukkingen in orde brengen/maken, in orde zijn of (gebruiks)klaar zijn.

(1a) Zijn artikel moest nog worden bijgesteld.

(2a) De directeur verwacht dat het team het onderzoeksprogramma op korte termijn nader uitwerkt.

(3a) Het wetsontwerp moet in de komende weken bijgewerkt worden.

(4a) Edison was dolgelukkig toen zijn uitvinding eindelijk helemaal in orde was.

(5a) Het computersysteem is eindelijk gebruiksklaar.

In België worden vaak de werkwoordelijke uitdrukkingen op punt stellen en op punt staan gebruikt, respectievelijk in de betekenis '(iets) bijstellen' of 'in orde brengen' en 'in orde zijn'. Deze uitdrukkingen zijn standaardtaal in België.

(1b) Zijn artikel moest nog op punt gesteld worden [standaardtaal in België]

(2b) De directeur verwacht dat het team het onderzoeksprogramma op korte termijn op punt stelt. [standaardtaal in België]

(3b) Het wetsontwerp moet in de komende weken op punt gesteld worden. [standaardtaal in België]

(4b) Edison was dolgelukkig toen zijn uitvinding eindelijk helemaal op punt stond. [standaardtaal in België]

(5b) Het computersysteem staat eindelijk op punt. [standaardtaal in België]

Bijzonderheid

De uitdrukking op punt staan mag niet verward worden met op het punt staan (iets te doen), wat 'aanstalten maken' betekent.

(6) Ze stond op het punt te vertrekken toen de telefoon rinkelde.

Naslagwerken

 

op punt stellen / staan

Grote Van Dale (2005)

[bij punt] 9 (alg.Belg.N.) (m.betr.t. een techniek, product, regeling) op punt stellen [leenvertaling van fr. mettre au point], tot in de laatste functionele details in orde maken, hetzij als eindfase in de ontwikkeling ervan, hetzij als aanpassing na gebleken problemen (…) (alg.Belg.N.) (van techniek, product, regeling) op punt staan, tot in de laatste functionele details in orde zijn

Van Dale Hedendaags Nederlands (2008)

[bij punt] (in België) op punt staan (van apparaten, procedures, teksten, technieken enz.) helemaal in orde, geregeld, uitgewerkt zijn; (in België) iets op punt stellen (een apparaat, een tekst, een techniek, een regeling enz.) helmaal in orde maken, uitwerken, verfijnen, preciseren, regelen, finetunen

Woordenboek Correct Taalgebruik (2004), p. 223

[bij punt, wordt afgekeurd] een toestel op – stellen, afstellen, bedrijfsklaar maken, instellen, scherp stellen, justeren; iets op - stellen, (v. apparatuur) regelen, afstellen, instellen; (v.e. product of een methode) ontwikkelen; (v.e. bericht, conclusie) bijwerken, afwerken, uitwerken; (v.e. bericht, verklaring, standpunt) rechtzetten, preciseren; de zaken op – stellen, precies zeggen waar het op staat, rechtzetten, verbeteren (…) op - staan, in orde zijn

Stijlboek VRT (2003), p. 195

[bij punt, op ~ stellen / staan, wordt afgekeurd] Leenvertaling uit het Frans. Algemeen Nederlands zijn: regelen, afstellen, bijstellen, scherpstellen, instellen (technische apparatuur), ontwikkelen (een product, een proces, een project, een methode, een plan), uitwerken, afwerken, bijwerken, bijschaven, ergens de laatste hand aan leggen (een plan, een voorstel, een dossier, een publicatie), rechtzetten, preciseren, (nader) toelichten, duidelijker maken (een standpunt, een verklaring), volledig in orde maken.

Vlaams-Nederlands woordenboek (2003)

[bij punt] op punt stellen / zetten, een machine instellen, afstellen of een kwestie afhandelen, regelen of een plan uitwerken, een dossier bijwerken

Prisma Handwoordenboek Nederlands (2014)

[bij punt] (…) 10 BN ook op punt stellen [een machine] afstellen, volledig in orde maken; [een kwestie, plan] regelen, uitwerken, preciseren – BN ook (nog niet helemaal) op punt staan (nog niet helemaal) klaar zijn, in orde zijn