Wat is de juiste vorm: op de duur of op den duur?
De juiste vorm is op den duur.
Duur is vanouds een mannelijk zelfstandig naamwoord. Dergelijke woorden kregen vroeger na een voorzetsel als lidwoord den. Datzelfde geldt voor onzijdige zelfstandige naamwoorden. In een aantal vaste wendingen is die oude vorm (een naamvalsvorm) gehandhaafd. Vergelijkbare gevallen: aan den dag (leggen), aan den lijve (ondervinden), in den beginne, in den blinde, in den lande, in den vreemde, om den brode, uit den boze, van den domme (zich - houden).
Vrouwelijke zelfstandige naamwoorden kregen na een voorzetsel als lidwoord: der. In vaste uitdrukkingen is die vorm gehandhaafd: in der eeuwigheid, in der minne (schikken), om der wille van.
Soms is der een deel van een woord geworden, vaak met assimilatie (waardoor -der- is veranderd in -ter-): indertijd, metterdaad, mettertijd, metterwoon.
Versteende naamvalsvormen en vaste combinaties (algemeen)
Bij deze / bij dezen
Ten deze / te dezen
Ter aller tijde / ten allen tijde / ten alle tijde / te alle tijde / te allen tijde
Toendertijd / toentertijd
Van goede huize / van goeden huize, te goede trouw / te goeder trouw
Handboek Verzorgd Nederlands (1996), p. 114-120; Schrijfwijzer (1995), p. 182-185; Taalbaak 9.1-7; ANS (1997), p. 187-188