Is het onguur weer of juist guur weer?
Beide combinaties zijn mogelijk: onguur en guur kunnen beide uitdrukken dat de weersgesteldheid onaangenaam is.
Onguur is ontstaan uit het voorvoegsel on- en het Middelnederlandse gehuer, dat 'lief' of 'vriendelijk' betekent. Guur is in de zestiende eeuw gevormd uit onguur, en betekende oorspronkelijk (net als onguur) 'onvriendelijk, stuurs'. Deze - op het eerste gezicht onlogische - vorming kon ontstaan doordat men niet meer begreep dat on- in onguur een negatief voorvoegsel was.
Tegenwoordig heeft onguur de volgende betekenissen:
- 'akelig, schrikwekkend' (zijn ongure tronie)
- 'ruw, gemeen' (ongure straattaal)
- 'bar, onaangenaam' (onguur weer)
De huidige betekenis van guur is vergelijkbaar met de laatstgenoemde betekenis van onguur:
- (van weer en wind): 'snijdend, droog en onaangenaam koud' (een gure noordenwind)
Niet(-)gelovigen
Ongelovige / niet-gelovige
Grote Van Dale (2005); Van Dale Etymologisch woordenboek (1997) ; De Vries en De Tollenaere (1997)