Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Objectief ('doelstelling')

Vraag

Is objectief in de betekenis van 'doel' of 'doelstelling' correct?

Antwoord

Nee. Het zelfstandig naamwoord objectief is alleen standaardtaal in de betekenis 'lens of lenzenstelsel van een optisch instrument, het dichtst bij het voorwerp (object) gelegen' (tegenovergestelde van oculair).

Toelichting

Om datgene te benoemen waarnaar gestreefd wordt, zijn in de standaardtaal de woorden doel, doelstelling, oogmerk, bedoeling, doelwit en doeleinde gangbaar. Ook streven en beleid worden in deze betekenis gebruikt.

(1) Dat is het doel van deze regering.

(2) Een van de belangrijkste doelstellingen van onze partij is 'werk voor iedereen'.

(3) Het streven van die milieuvereniging is gericht op bescherming van de loofbossen.

In België komt in deze betekenis ook weleens objectief voor. Dat woord is geen standaardtaal.

(4) Het objectief van de partij was te idealistisch om veel kiezers te winnen. (in België, geen standaardtaal)

(5) De secretaris had een ander objectief voor ogen dan de minister. (in België, geen standaardtaal)

In de standaardtaal is objectief wel gangbaar in de betekenis van 'lens of lenzenstelsel van een optisch instrument (fototoestel, camera, microscoop enzovoort)'.

(6) De kwaliteit van het objectief bepaalt de prijs en de waarde van een fototoestel.

(7) Er zit een klein foutje in het objectief van zijn telescoop.

Zie ook

Opportuniteit / kans / gelegenheid
Modaliteiten / voorwaarden

Naslagwerken

 

objectief

doelstelling

Grote Van Dale (2005) 2 [leenbet. objectif] (Belg.N., niet alg.) oogmerk, doel, doelstelling

2 gesteld doel, syn. doeleinde, doelwit

Van Dale Hedendaags Nederlands (2006)

2 (Belg., niet alg.) oogmerk, syn. doel

1 gesteld doel (…) syn. finaliteit

Verschueren (1996)

[in deze betekenis niet opgenomen]

1. Eig. het zich voor een doel stellen. 2. Metn. doel dat men zich stelt, waar men naar streeft

Koenen (2006)

2 doelstelling, doelwit, oogmerk

bedoeling, streven

Kramers (2000)

1 ZN doel, doeleinde, doelwit, oogmerk; doelstelling (…)

doel dat men zich stelt

Correct Taalgebruik (2006), p. 170

Als substantief betekent objectief uitsluitend: lens of lenzenstelsel van een optisch instrument (fototoestel, camera e.d.). (...)

De abstracte betekenis van het Franse objectif geven we weer met doel, doeleinde, doelstelling(en), doelwit, oogmerk, maar dikwijls ook met streven of beleid.

-

Woordenboek correct taalgebruik (2004), p. 182

[wordt afgekeurd] (streef)doel, doeleinde, doelwit, oogmerk, bedoeling, doelstelling

-

Taalwijzer (1998), p. 104

[bij doel, wordt afgekeurd] niet: *objectief; vgl. Fr. objectif

[bij doel] of doeleinde, doelstelling zijn correct

Stijlboek VRT (2003), p. 176

Het zelfstandig naamwoord objectief betekent: lenzenstelsel (van een optisch instrument).

Niet gebruiken voor: doel, doeleinde, doelstelling, doelwit, oogmerk, streven, beleid.

-

Vlaams-Nederlands woordenboek (2003)

in België ook: doel, doelstelling, oogmerk, streven

-