Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Linker hand / linkerhand, rechter hand / rechterhand

Vraag

Is het linker hand en rechter hand of linkerhand en rechterhand?

Antwoord

Correct zijn: linkerhand en rechterhand.

Toelichting

We schrijven een combinatie van linker of rechter + een zelfstandig naamwoord aan elkaar als het links- of rechts-zijn een vaste eigenschap is van het zelfstandig naamwoord dat volgt op linker of rechter. Bij dergelijke samenstellingen krijgt het eerste deel (linker) de hoofdklemtoon. Er is dan sprake van een eenheidsaccent. Dat is vaak het geval bij lichaamsdelen, kledingstukken, sport, gebouwen, vervoermiddelen en figuren.

- lichaamsdelen: linkerarm, linkerbeen, linkeroor, rechtervoet, rechterwang

- kledingstukken (onderdelen): linkermouw, rechterpijp, rechterschoen

- sport: linkerspits, linkerflank, rechterverdediger, rechtervleugel

- gebouwen: linkervleugel, rechterzijbeuk, rechterdeur

- vervoermiddelen: linkerkoplamp, linkerportier, rechterspatbord, rechtertrapper

- figuren: linkerbovenhoek, rechterzijde

- overige: linkeroever (rivier), rechterzijde (politiek), rechterbladzijde

In andere gevallen worden linker en rechter los geschreven. Bij deze combinaties is het links- of rechts-zijn geen vaste maar een toevallige eigenschap van het zelfstandig naamwoord. Zowel het eerste deel (linker) als het tweede deel krijgt een hoofdklemtoon. We beschouwen dergelijke combinaties als woordgroepen.

(1) Dat is mijn linker buurman.

(2) Ga maar zitten op die rechter stoel daar.

(3) Je moet op dat linker knopje duwen.

Zie ook

Samenstelling en afleiding aaneen (Leidraad 6.2)

Bruto(-)inkomsten / netto(-)inkomstenomsten
Dubbele punt / dubbelepunt
Fijn stof / fijnstof
Linkse / linker gebouw
Platte kaas / plattekaas
Rode kool / rodekool

Naslagwerken

ANS (1997), p. 401 of online via de E-ANS, p. 691-692 of online; Woordenlijst (2015)