Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Legislatuur / zittingsperiode / kabinetsperiode / regeerperiode

Vraag

Is legislatuur correct in de betekenis 'zittingsperiode' of 'regeerperiode'?

Antwoord

Ja, in die betekenis is legislatuur standaardtaal in België. In de betekenissen van 'uitoefening van de wetgevende macht' of 'wetgevend lichaam' is legislatuur standaardtaal in het hele taalgebied.

Toelichting

De tijd waarvoor een college zoals een parlement gekozen wordt, heet in de standaardtaal de zittingsperiode.

(1) De partij is ontgoocheld over de werking van het parlement tijdens het eerste jaar van de zittingsperiode 2003-2007.

De periode waarin een regering aan de macht is, noemt men in de standaardtaal de regeerperiode of de kabinetsperiode. Dat laatste woord is vooral in Nederland gangbaar, waar kabinet gewoonlijk 'regering' betekent. (In België wordt met kabinet voornamelijk de verzameling van directe medewerkers van een minister bedoeld. Toch komt kabinet in de betekenis 'regering' ook in België voor.)

(2) Premier Verhofstadt beloofde dat hij bij een volgende regeerperiode zijn tanden zou zetten in de werkgelegenheidsproblematiek.

(3) Tijdens de eerste week van de kabinetsperiode van zijn regering werd premier Balkenende uitgenodigd door de emir van Abu Dhabi.

In de standaardtaal in België wordt in het politieke taalgebruik ook heel frequent legislatuur gebruikt naast 'zittingsperiode' of 'regeerperiode'.

(4) Het instellen van de onverenigbaarheid tussen een parlementair mandaat en een ministerieel ambt is van bij de start van de legislatuur noodzakelijk. [standaardtaal in België]

De termen legislatuurparlement en legislatuurregering, met als betekenis 'parlement dat, respectievelijk regering die voor een volledige regeerperiode verkozen/benoemd is', zijn typisch voor de Belgische staatsinrichting. In België kunnen de parlementen en raden van de gemeenschappen en de gewesten namelijk niet voor het einde van de zittingsperiode worden ontbonden. Als een regering ontslag neemt, moet het deelparlement een nieuwe regering benoemen. Mede vanwege het bestaan van legislatuurparlement en legislatuurregering is er bij Belgische juristen en politici een zekere weerstand tegen het gebruik van zittingsperiode in de plaats van legislatuur. Er bestaan bovendien voor legislatuurparlement en legislatuurregering geen alternatieven.

Legislatuur is standaardtaal in het hele taalgebied in twee andere betekenissen: 'uitoefening van de wetgevende macht', of 'wetgevend lichaam'. In die laatste betekenis is het woord weinig gebruikelijk.

(5) Het maken van wetten is een gecompliceerd proces dat plaatsvindt in een groter universum dan binnen de beperkingen van de legislatuur en de rechtbank.

Zie ook

Legistiek / wetgevingstechniek, wetgevingstechnisch
Zetelen / zitting hebben

Bronnen

E. Berode, 'Legislatuur etc.', in: De Standaard 27 mei 1987; K. Hendrickx, 'Kieskeurig taalgebruik', in: Over Taal 43(3), mei–juni 2004, p. 64; L. Van Looy e.a., Verkiezing en samenstelling van het Vlaams Parlement, Deurne, Kluwer Rechtswetenschappen, 1999
Moors, J. (1991). Dictionaire juridique français-néerlandais (4e ed.). Brugge: Die Keure.

Naslagwerken

 

legislatuur

zittingsperiode

regeerperiode

Grote Van Dale (2005) 3 (alg.Belg.N.) maximale termijn tussen twee verkiezingen voor een wetgevend lichaam, zittingsperiode (van het parlement); - kabinetsperiode

[geen definitie gegeven]

[geen definitie gegeven]

Van Dale Hedendaags Nederlands (2006)

[niet in deze betekenis opgenomen]

1 tijd waarvoor een rechts- of bestuurscollege wordt gekozen

1 periode dat een bepaald kabinet aan het bewind is, syn. regering

Verschueren (1996)

2. Metn. a. wetgevend lichaam. b. Z.N. zittingstijd, zittingsperiode van een wetgevend lichaam of bestuursorgaan

-

-

Koenen (2006)

3 (Belg) zittingsperiode ve wetgevend lichaam

-

-

Kramers (2000)

3 ZN zittingsperiode van een wetgevend lichaam of van een bestuursorgaan; zittingsduur, zittingstijd

-

-

Correct Taalgebruik (2006), p. 142

Legislatuur betekent: wetgevende macht, wetgevend lichaam. De tijd waarvoor een college bv. een parlement gekozen is, noemen we in algemeen Nederlands de zittingsperiode, de zittingstijd, de zittijd.

-

-

Woordenboek correct taalgebruik (2004), p. 154

[wordt afgekeurd] zittingsperiode (v.h. parlement), kabinetsperiode. – wel: uitoefening van de wetgevende macht.

-

-

Taalwijzer (1998), p. 389

[bij zittingsperiode, wordt afgekeurd] niet: legislatuur

is de tijd dat een bestuurscollege, regering enz. aan de macht is; syn. zittingsduur, zittingstermijn

-

Stijlboek VRT (2003), p. 147

Legislatuur betekent: de uitoefening van de wetgevende macht, de wetgevende macht zelf.

Niet gebruiken voor: zittingsperiode, regeerperiode.

-

-

Vlaams-Nederlands woordenboek (2003)

(bnl.) in België ook: regeerperiode, zittingstijd, zittingsperiode van een wetgevend lichaam of een bestuursorgaan

-

-