Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Leefbaar / levensvatbaar

Vraag

Kan leefbaar gebruikt worden in de betekenis 'in staat om voort te leven, rendabel genoeg om in stand gehouden te worden'?

Antwoord

Ja, in die betekenis is leefbaar standaardtaal in België. Standaardtaal in het hele taalgebied is levensvatbaar.

Toelichting

Leefbaar betekent in de standaardtaal in het hele taalgebied 'geschikt om erin te leven'.

(1) Door de geluidsoverlast van het vliegveld is deze buurt voor veel Oostendenaren niet meer leefbaar.

Leefbaar is ook standaardtaal in België in de betekenis van levensvatbaar, namelijk 'rendabel genoeg om in stand gehouden te worden'.

(2) De concurrentie van grootwarenhuizen deed veel kleine kruidenierszaken de das om. Dergelijke kleinschalige familiebedrijfjes zijn tegenwoordig niet meer leefbaar. [standaardtaal in België]

Standaardtaal in het hele taalgebied is levensvatbaar.

(3) Ondanks de prachtige reclame bleek het wijnbedrijfje van de heer Daems niet levensvatbaar.

Zie ook

Behartenswaardig / behartigenswaardig
Blijkbaar / schijnbaar
Gebruikersvriendelijk / gebruiksvriendelijk

Naslagwerken

 

leefbaar

levensvatbaar

Grote Van Dale (2005) 2 (Belg.N., niet alg.) levenskrachtig, levensvatbaar

1 geschikt om te kunnen gaan leven

Van Dale Hedendaags Nederlands (2006)

2 (Belg., niet alg.) (van bedrijven) rendabel, levensvatbaar

1 geschikt om te kunnen gaan leven 2 (van voorstellen e.d.) geschikt om succes te hebben

Verschueren (1996)

2. Z.N. in staat om te leven, levensvatbaar, levenskrachtig

vatbaar, geschikt voor het leven, om te bestaan

Koenen (2006)

[in deze betekenis niet opgenomen]

in het bezit van levenskracht

Kramers (2000)

2 ZN levensvatbaar, levenskrachtig; rendabel

goede kans hebbend in leven te blijven; geschikt om zich te ontwikkelen en voort te bestaan

Correct Taalgebruik (2006), p. 141

Er is een verschil tussen leefbaar en levensvatbaar. In economische betekenis zegt men van een bedrijf dat het levensvatbaar is, d.w.z. dat het rendabel is of kan worden. (…) Met leefbaar wordt aangegeven dat een situatie aanvaardbaar, geschikt is om in te leven, meestal in negatieve zinnen.

-

Woordenboek correct taalgebruik (2004), p. 154

[wordt afgekeurd] een – commercieel tv-station, levensvatbaar, rendabel. – wel: waarin, waarop geleefd kan worden: de wereld is weer -

-

Taalwijzer (1998), p. 197, 201

niet te verwarren met *levensvatbaar; leefbaar betekent: aantrekkelijk en geschikt om erin of ermee te leven.

niet te verwarren met *leefbaar; levensvatbaar betekent: kracht tot leven bezittend, geschikt om zich te ontwikkelen en voort te bestaan.

Vlaams-Nederlands woordenboek (2003)

in België ook: levensvatbaar, levenskrachtig, rendabel

-