Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Komma na een beknopte bijzin

Vraag

Schrijf je een komma na een beknopte bijzin aan het begin van een samengestelde zin, zoals in Zonder een spier te vertrekken(,) legde hij de aas op tafel?

Antwoord

Nee, na een korte beknopte bijzin aan het begin van een zin hoeft meestal geen komma te volgen. Een komma is vaak wel wenselijk als de bijzin eindigt op een deelwoord; dan scheidt de komma de werkwoordsvormen van bij- en hoofdzin. Daarnaast is een komma vrijwel altijd gewenst als de beknopte bijzin lang is.

Toelichting

Een beknopte bijzin kan voor de hoofdzin staan. Bijvoorbeeld:

(1) Zonder een spier te vertrekken legde hij de aas op tafel.

(2) Door jarenlang te speculeren heeft hij een groot vermogen opgebouwd.

(3) Verhit door de lange wandeling besloten we een pilsje te pakken.

Soms komt na zo'n beknopte bijzin een komma, soms niet. In de bovenstaande gevallen is een komma na de bijzin overbodig. Maar als de bijzin eindigt op een deelwoord, ligt plaatsing van een komma wel vaak voor de hand. Voorbeelden:

(4) Eindelijk thuisgekomen, ging hij meteen naar bed.

(5) Door Toscane trekkend, hebben we veel mooie steden gezien.

De komma helpt hier ook om een scheiding aan te brengen tussen opeenvolgende werkwoordsvormen die niet bij elkaar horen. Bij het hardop lezen van de zin is hier een pauze te horen; die pauze wordt aangegeven met de komma.

In sommige gevallen is de lengte van de beknopte bijzin een indicatie: als de beknopte bijzin lang is, is er doorgaans sprake van een rust tussen bijzin en hoofdzin, en is een komma nodig. Bijvoorbeeld:

(6) Zonder zich ook maar iets van de consequenties aan te trekken, nam Jan ontslag bij het ministerie.

Meestal heeft de komma - zoals in 6 - ook de functie om werkwoordsvormen die niet bij elkaar horen, te scheiden. Toch is ook scheiding van werkwoordsvormen geen hard criterium om een komma te plaatsen, zoals te zien is in 1 en 2 hierboven.

Overigens kan de beknopte bijzin ook aan het eind van de samengestelde zin staan. In dat geval is een komma in de meeste gevallen op zijn plaats. Voorbeelden:

(7) Hij nam tierend afscheid van de aanwezigen, zonder zich iets van hun gevoelens aan te trekken.

(8) De huurovereenkomst moet binnen een termijn van twee maanden opgezegd worden, gezien de bepalingen in het verenigingsverdrag.

Als de beknopte bijzin de hoofdzin onderbreekt, is meestal een komma voor en na de bijzin nodig:

(9) De commissie besloot, na een nacht vergaderd te hebben, het voorstel af te wijzen.

Tot slot: een beknopte bijvoeglijke bijzin staat altijd tussen komma's. Een beknopte bijvoeglijke bijzin heeft betrekking op een zelfstandig naamwoord dat eraan voorafgaat. Voorbeelden:

(10) Het nieuwe bezuinigingsplan, onlangs door de regering gepresenteerd, kreeg forse kritiek.

(11) De rekening, te betalen binnen 30 dagen, ontvangt u binnenkort.

Zie ook

Komma bij beperkende en uitbreidende bijvoeglijke bijzinnen
Komma na eerste zinsdeel
Komma tussen hoofdzin en bijzin bij onderschikkende voegwoorden
Komma tussen twee werkwoordsvormen
Verbouwingen, gepland door ... / verbouwingen gepland door ...

Naslagwerken

Alles over leestekens (1997), p. 24-26; ANS (1997), p. 1101-1109 of online via de E-ANS; Schrijfwijzer (1995), p. 197-198; Handboek Verzorgd Nederlands (1996), p. 184-190; Stijlboek De Standaard (1997), p. 249; De Taalgids (1999), p. 90-91 Taalboek Nederlands (1997), p.354