Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Komen aanrijden / aangereden

Vraag

Wat moet het zijn: Daar komt hij al aanrijden of Daar komt hij al aangereden?

Antwoord

Beide constructies zijn standaardtaal, maar het gebruik ervan verschilt naargelang van het deel van het taalgebied.

Toelichting

Het werkwoord komen kan verbonden worden met een ander werkwoord, dat een 'manier van komen' aangeeft. In verreweg de meeste gevallen gaat het om een werkwoord van beweging dat gecombineerd wordt met aan, een bijwoord van richting (zoals langs, voorbij) ofwel met een bepaling van richting (zoals naar beneden).

(1) Daar komt hij al aanrijden/aangereden.

(2) Ze komen hier iedere dag langslopen/langsgelopen.

(3) De kinderen kwamen meteen naar beneden rennen/gerend.

Het werkwoord dat met komen is verbonden, kan zowel in de vorm van een infinitief als in de vorm van een deelwoord verschijnen. In de noordelijke helft van het Nederlandse taalgebied (vooral in het westen daarvan) wordt vaker een infinitief als aanvulling gebruikt, in de zuidelijke helft (België en het zuiden van Nederland) vaker een deelwoord. Er is wel een beperking: in de voltooide tijden is alleen een infinitief als aanvulling bij komen mogelijk.

(4) Ze zijn hier al vaak komen langslopen.

Zie ook

Beginnen + infinitief
Beginnen / begonnen
Doe eens koffiezetten
Helpen (te)
Proberen / geprobeerd

Naslagwerken

 

komen aanrijden
ANS (1997), p. 964-965 of online via de E-ANS Het werkwoord komen kan gecombineerd worden met een werkwoord dat 'de manier van komen' aanduidt. De werkwoordelijke aanvulling kan zowel de vorm van een deelwoord als die van een infinitief zonder te hebben. Dit is mogelijk in drie gevallen: [1] Met werkwoorden van beweging die samengesteld zijn met een bijwoord van richting, bijv. afzakken, binnenlopen, toesnellen, voorbijfietsen, langsrijden (…) [2] Met werkwoorden van beweging vergezeld van een bepaling van richting, bijv. de deur uit lopen, naar boven snellen, de tuin in fietsen, naar Nijmegen rijden (…) [3] Met werkwoorden die gecombineerd zijn met het bijwoord aan; Dit kunnen werkwoorden van beweging zijn (bijv. (aan)lopen, (aan)snellen, (aan)fietsen, (aan)rijden), maar ook andere werkwoorden die 'de manier van komen' aanduiden door aan te geven wat degene die komt tijdens het komen doet (bijv. (aan)fluiten, (aan)mopperen, (aan)zwaaien: 'fluitend (enz.) aan komen zetten'). (…) De uitwisselbaarheid van infinitief en deelwoord in deze gevallen kent een belangrijke beperking. In de voltooide tijden – als komen zelf als vervangende infinitief optreedt (…)  is alleen een infinitief als aanvulling mogelijk.