Is het im- en export of in- en export?
Omdat aan beide mogelijkheden bezwaren kleven, raden we aan in dit geval ofwel samentrekking achterwege te laten (import en export), ofwel de Nederlandse woorden te gebruiken (in- en uitvoer).
De woorden import en export zijn ontleend aan het Engels, maar hebben een Latijnse oorsprong. Naar de vorm gaat het om gelede woorden: im- (in-) ('in') en ex- ('uit') zijn voorvoegsels. De vorm im- is toe te schrijven aan de volgende medeklinker: de n van in- past zich aan aan een volgende p, b, m (in > im), l (in > il) of r (in > ir). Voorbeelden: injectie, impressie, illuminatie, irrigatie.
Bij samentrekking op woordniveau worden woorddelen weggelaten. Deze vorm van samentrekking is dan ook alleen mogelijk bij gelede woorden. Voorbeelden: achtervoegsels en voorvoegsels > achter- en voorvoegsels; invoer en uitvoer > in- en uitvoer.
In het Nederlands kunnen leenwoorden dikwijls niet meer als geleed worden beschouwd. De overeenkomst tussen import en export enerzijds en de Nederlandse vormen invoer en uitvoer anderzijds is echter blijkbaar zo groot, dat import en export toch als gelede woorden beschouwd kunnen worden en net als in- en uitvoer worden samengetrokken tot im- en export of in- en export. Als import als een geleed woord wordt opgevat, vervalt bij samentrekking de conditie voor de assimilatie van de n tot m en zou in- en export dus de gewone vorm zijn.
Naar ons gevoel blijft er bij beide mogelijkheden iets wringen. Samentrekking gaat bij import en export nu eenmaal stroever dan bij invoer en uitvoer. Dat geldt nog in sterkere mate voor impressionisme en expressionisme: ook deze woordgroep wordt wel eens samengetrokken tot im- en expressionisme, maar dat klinkt nog ongewoner dan im- en export. Misschien komt dit doordat er bij impressionisme en expressionisme geen sprake is van gelijk gestructureerde Nederlandse equivalenten, anders dan bij import en export/invoer en uitvoer.
Vergelijkbaar is voorts het voorbeeld dat in de ANS wordt gegeven: prefixen, infixen en suffixen > pre-, in- en suffixen. Bij een andere volgorde zou hier hetzelfde probleem gelden: suf- en prefixen of sub- en prefixen. Beide mogelijkheden lijken ons niet goed denkbaar.
Aambeeld / aanbeeld
Particulier- / particulier en ziekenfondsverzekerden
Royen, G. (1953). Taalrapsodie. Bussum: Brand. (p. 657)
Bakker, D.M. (1968). Samentrekking in Nederlandse syntactische groepen. Leiden: Universitaire Pers. (pp. 149-150)
ANS (1997) , p. 1559