Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Akkoord zijn / gaan met

Vraag

Is het akkoord zijn met iets of akkoord gaan met iets?

Antwoord

Akkoord gaan met iets is standaardtaal, akkoord zijn met iets niet.

Toelichting

Standaardtaal is akkoord gaan met iets of iemand (of zich akkoord verklaren met iets of iemand). We kunnen het ook eens zijn met iets of iemand, met iets of iemands opvatting instemmen of iets goedvinden.

(1) Sidonia ging akkoord met het voorstel van Lambik om naar een plastisch chirurg te gaan voor een opknapbeurt.

Soms wordt ook akkoord zijn met iets of iemand in die betekenis gebruikt. Het is dan echter geen standaardtaal.

(2) Ik ben akkoord met de president als hij zegt dat er massavernietigingswapens verstopt zitten in de paleizen van die schurk. (geen standaardtaal)

Akkoord zijn is wel standaardtaal in de betekenis 'in orde zijn' (zie (3)) en in de betekenis 'het ermee eens zijn', zonder dat een voorzetselgroep met het voorzetsel met volgt (zie (4)).

(3) De rekening is akkoord.

(4) Is iedereen akkoord?

Zie ook

Bijtreden

Naslagwerken

 

akkoord zijn

akkoord gaan

Grote Van Dale (2005) [bij akkoord] akkoord zijn met - [leenvertaling van Fr. être d' accord], het eens zijn met (iets of iem.); iets aanvaarden, goedvinden -
Van Dale Hedendaags Nederlands (2006)

[bij akkoord] akkoord1 zijn het ermee eens zijn

[bij akkoord] akkoord1 gaan met iets

Verschueren (1996)

-

[bij akkoord] II. met iets - gaan (Gal. zijn)

Koenen (2006)

-

[bij akkoord] II (…) met iets ~ gaan iets goedvinden

Kramers (2000)

[bij akkoord] 2 ~ gaan (ZN: zijn) met het eens zijn met, instemmen met

[bij akkoord] 2 ~ gaan (ZN: zijn) met het eens zijn met, instemmen met

Correct Taalgebruik (2006), p. 22

[wordt afgekeurd] Correct is akkoord gaan met iemand of met iets. We kunnen het ook wel eens zijn met iets of iemand, of met iets of iemands opvatting instemmen, ons ermee akkoord verklaren. Ook kun je zeggen: de zaak, de rekening is akkoord (d.w.z. in orde zijn, juist bevonden). De elliptische wending zonder met is wel aanvaard als correct Nederlands: Is iedereen akkoord?

-

Woordenboek correct taalgebruik (2004), p. 14

[bij akkoord] - zijn, (correct naast:) akkoord gaan, het eens zijn; - zijn met, (minder gebr. naast:) – gaan met, het eens zijn met

-

Taalwijzer (1998), p. 39

[bij akkoord] 1) Correct is: akkoord gaan met iemand of iets; (vgl. het *eens zijn). (…) Toch hebben we ook vaak (de contaminatie of het gall.?) akkoord zijn aangetroffen.

[bij akkoord] 1) Correct is: akkoord gaan met iemand of iets; (vgl. het *eens zijn).

Stijlboek VRT (2003), p. 24

[bij akkoord] Algemeen Nederlands zijn: akkoord gaan met iets, het eens zijn met iets, het eens worden over iets, iets aanvaarden.

[bij akkoord] Algemeen Nederlands zijn: akkoord gaan met iets, het eens zijn met iets, het eens worden over iets, iets aanvaarden.

Vlaams-Nederlands woordenboek (2003)

[bij akkoord] akkoord zijn met, akkoord gaan met, het eens zijn met

-