Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Hen, hun / ze (verwijzing naar zaken)

Vraag

Is het mogelijk met hen of hun naar zaken te verwijzen?

Antwoord

Nee. Met hen/hun wordt alleen naar personen verwezen. Naar niet-personen wordt alleen verwezen met de onbeklemtoonde vorm ze of met het beklemtoonde die.

Toelichting

De 'volle' niet-onderwerpsvormen van het persoonlijk voornaamwoord van de derde persoon meervoud hen/hun kunnen alleen op personen betrekking hebben. Voor de verwijzing naar niet-personen kan alleen de gereduceerde vorm van het persoonlijk voornaamwoord ze worden gebruikt; als beklemtoond voornaamwoord is in dit geval alleen het aanwijzend voornaamwoord die mogelijk:

(1) (Die spullen), waar heb je ze gelaten?

(2) (Die spullen), waar heb je die gelaten?

(3) (Die spullen), waar heb je hen gelaten? (uitgesloten)

Bijzonderheid

De verwijzing met hen/hun naar zaken is wel mogelijk als de zaken worden voorgesteld als personen.

Zie ook

Hen / hun (algemeen)
Verwijzingsproblemen met voornaamwoorden van de derde persoon enkelvoud (algemeen)
Volle en gereduceerde vormen van persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden (algemeen)

Haar / hen (vrouwelijk meervoud)
Haar / ze / hem (de kaars, ik heb - uitgeblazen)
Hem / ze / haar (de bibliotheek, hij heeft - geopend)
Hen / hun (dat maakt - niet uit)
Hen / hun (de laatste maanden zijn - de vreselijkste dingen overkomen)
Hen / hun (het interesseert -)
Hen / hun (het ontgaat -)
Hen / hun (het verbaast -)
Hen / hun (ik heb - gemaild)
Hen / hun (ik heb - op de vingers getikt)
Hen / hun (we zijn - verregaand tegemoetgekomen)
Hen, hun / ze (verwijzing naar personen)
Ik laat hun / hen een opdracht uitvoeren
Ze / haar (verwijzing naar personen)
Zij / ze (verwijzing naar zaken)

Naslagwerken

ANS (1997) , p. 247 of online via de E-ANS

De niet-onderwerpsvormen hen en hun kunnen als volle vormen alleen op personen slaan; bij verwijzing naar niet-personen kan als beklemtoond voornaamwoord alleen het aanwijzende die gebruikt worden.

Taalboek Nederlands (1997) , p. 162

De voorwerpsvormen hen en hun worden alleen voor personen gebruikt; ze kan voor personen en zaken. Voor zaken kan men eventueel ook het aanwijzend voornaamwoord die gebruiken.