Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Hen / hun (ik heb - op de vingers getikt)

Vraag

Is het Ik heb hen op de vingers getikt of Ik heb hun op de vingers getikt?

Antwoord

Correct is: Ik heb hun op de vingers getikt.

Toelichting

De zin Ik heb die mensen op de vingers getikt bevat een indirect object (die mensen), om precies te zijn een zogenoemd bezittend voorwerp. Het bezittend voorwerp heeft een bezitsrelatie met een zelfstandig-naamwoordgroep in dezelfde zin, die meestal deel is van een voorzetselgroep (dikwijls een voorzetselvoorwerp). Bestaat het indirect object uit een persoonlijk voornaamwoord, dan heeft dat de voorwerpsvorm, bijvoorbeeld:

(1a) Ik tik hem op de vingers.

Bij het persoonlijk voornaamwoord van de derde persoon meervoud dient in dit geval volgens de regel de vorm hun gebruikt te worden, bijvoorbeeld:

(1b) Ik tik hun op de vingers.

Het bezittend voorwerp komt vaak voor in figuurlijke uitdrukkingen. In letterlijk bedoelde uitdrukkingen wordt doorgaans een omschrijving met een bezittelijk voornaamwoord of een zelfstandig naamwoord met een genitief-s gegeven (vergelijk Ik tik hem (Jan) op de vingers met Ik tik op zijn (Jans) vingers). Andere voorbeelden van uitdrukkingen met een bezittend voorwerp:

(2) Zij hield hun de hand boven het hoofd.

(3) Dat stuit hun tegen de borst.

(4) Hij drukte hun de hand.

Zie ook

Hen / hun (algemeen)

Hen / hun (dat maakt - niet uit)
Hen / hun (de laatste maanden zijn - de vreselijkste dingen overkomen)
Hun / hen (het interesseert -)
Hen / hun (het ontgaat -)
Hen / hun (het verbaast -)
Hen / hun (ik heb - gemaild)
Hen / hun (we zijn - verregaand tegemoetgekomen)
Hen, hun / ze (verwijzing naar personen)
Hen, hun / ze (verwijzing naar zaken)
In de weg leggen (we worden / ons wordt niets in de weg gelegd)

Naslagwerken

ANS (1997) , p. 248 of online via de E-ANS; Den Hertog (1973) , dl. 1, p. 60-61