Mag je binnen één tekst of zelfs binnen één alinea veranderen van werkwoordstijd?
Ja, dat mag, maar lang niet alles is geoorloofd.
Als je bijvoorbeeld een verslag van gebeurtenissen schrijft in de verleden tijd of de voltooid tegenwoordige tijd, dan kun je in dezelfde tekst of zelfs in dezelfde alinea ook de voltooid verleden tijd gebruiken als het gebeurtenissen betreft die nog voorafgingen aan de rest van het beschrevene. Ook kun je de tegenwoordige tijd gebruiken als je sommige gebeurtenissen extra levendig wilt voorstellen of als je uitspraken doet die een algemene strekking hebben.
Het volgende voorbeeld kan de onderscheidingen in het antwoord toelichten:
(1) (a) Op 12 mei van het vorig jaar begonnen de fusiebesprekingen. (b) Onze school had de directeur afgevaardigd met een duidelijk mandaat. (c) Terwijl de besprekingen nog maar net begonnen waren, (d) week hij al af van wat toch duidelijk in het mandaat was vastgelegd. (e) Dit is natuurlijk onacceptabel.
De gebeurtenissen worden in principe beschreven in de onvoltooid verleden tijd. Dat blijkt uit (a) en (d). De voltooid verleden tijd wordt terecht gebruikt in (b), omdat de afvaardiging en mandatering van de directeur aan de fusiebesprekingen zijn voorafgegaan. In (c) wordt de voltooid verleden tijd gebruikt omdat het beschrevene voorafgaat aan datgene dat in de hoofdzin wordt vermeld. In (e) ten slotte wordt een uitspraak gedaan met een algemene strekking.
Een tekst als (1) kan ook beschreven worden in de onvoltooid tegenwoordige tijd die dan in (b) en (c) moet worden afgewisseld met de voltooid tegenwoordige tijd. Een dergelijke variant suggereert meer 'suspense'.
(2) (a) Op 12 mei, vorig jaar, beginnen eindelijk de fusiebesprekingen. (b) Onze school heeft de directeur afgevaardigd met een duidelijk mandaat. (c) Terwijl de besprekingen nog maar net begonnen zijn, (d) wijkt hij al af van wat toch duidelijk in het mandaat is vastgelegd. (e) Dit is onacceptabel.
Tegenwoordige en verleden tijd
Werkwoordstijd in verslag
Onrust, M., Verhagen, A. & Doeve, R. (1993). Formuleren. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.
Schrijfwijzer (1995) , p. 104-105; ANS (1997) , p. 118-133