Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Afneming / afname

Vraag

Wat is correct: afneming of afname?

Antwoord

Afneming en afname zijn allebei correct. Het zijn synoniemen in de betekenissen 'vermindering, daling', 'het laten afleggen, onderwerpen aan' (bijvoorbeeld een examen) en 'onttrekking, het aftappen' (bijvoorbeeld van bloed). Daarnaast heeft afname de betekenissen 'aankoop' en 'verkoop, afzet'; afneming heeft die niet.

Toelichting

Afname en afneming zijn in verschillende betekenissen synoniem. Afname is gebruikelijker dan afneming.

(1) Voor het derde kwartaal wordt een afname/afneming van het aantal werklozen voorspeld. ('vermindering', 'daling')

(2) Door de afname/afneming van het onderlinge vertrouwen namen de vijandelijkheden toe. ('vermindering', 'daling')

(3) De afname/afneming van het examen vindt plaats in de aula. ('het laten afleggen, onderwerpen aan')

(4) Bij de afname/afneming van een verhoor dient de politie te wachten totdat er een advocaat is gearriveerd. ('het onderwerpen (van een ander) aan')

(5) Voor de procedure bij de afname/afneming van bloed is een stappenplan gemaakt. ('onttrekken, het aftappen')

(6) De donor kan na afname/afneming van het beenmerg wat pijn hebben. ('onttrekken, het aftappen')

Afname en afneming kunnen ook in een samenstelling gebruikt worden.

(7) Na de bloedafname/bloedafneming zal er onmiddellijk een analyse van het bloed gedaan worden.

(8) De kruisafneming/kruisafname komt vaak voor op oude schilderijen.  

Daarnaast heeft afname twee betekenissen die afneming niet heeft: 'aankoop' (9) en 'verkoop, afzet' (10).

(9) Ons bier is in de aanbieding! Maximale afname vier kratten per persoon.

(10) Er wordt geprobeerd de lokale afname van streekproducten te bevorderen.

Zie ook

Afgeleide zelfstandige naamwoorden op -name en -neming (algemeen)

Deelname / deelneming
Aanname

Naslagwerken

Grote Van Dale (2005); Prisma handwoordenboek Nederlands (2014); ANS (1997), p. 678 of online via de E-ANS