Wat zijn de regels voor het gebruik van gedachtestreepjes?
U gebruikt gedachtestreepjes als u een zin onderbreekt met een korte zin (of een deel daarvan). De gedachtestreepjes worden zo mogelijk weergegeven met lange, liggende streepjes. Voor en na gedachtestreepjes komt een spatie.
Het gedachtestreepje heeft verschillende functies. Eén daarvan is een 'terzijde' in te lassen.
(1) Toen hij vergeefs om salarisverhoging vroeg − en dat niet voor het eerst − diende hij zijn ontslag in.
(2) Nu het college eindelijk een besluit heeft genomen − en dat na maanden overleg − gooit de raadsvergadering weer roet in het eten.
Een andere functie van gedachtestreepjes is een zin of zinsdeel extra nadruk te geven.
(3a) Wij leveren − als u vandaag nog belt − uw bestelling morgen in huis.
Soms wordt het gedachtestreepje gebruikt om een onverwachte wending aan het eind van de zin te markeren.
(4) Hij had juist een rookmelder in zijn woning aangebracht − en achteraf bleek dat maar al te nodig.
Voor of na een gedachtestreepje komt geen komma, ook niet als die daar om een andere reden wel zou moeten staan.
(5) Nu het college eindelijk een besluit heeft genomen − en dat na maanden overleg − gooit de raadsvergadering weer roet in het eten.
Overigens adviseren we spaarzaam gebruik te maken van het gedachtestreepje. Gedachtestreepjes zijn een vrij nadrukkelijk middel om de lezer bij een bepaald tekstonderdeel stil te laten staan; te veel gedachtestreepjes maken de tekst onrustig. Alternatieven voor gedachtestreepjes zijn komma's of haakjes:
(3b) Wij leveren, als u vandaag nog belt, uw bestelling morgen in huis.
(3c) Wij leveren (als u vandaag nog belt) uw bestelling morgen in huis.
Beide notaties hebben een minder nadrukkelijk effect. Het gebruik van haakjes geeft aan dat het om een verduidelijking of een toevoeging gaat die de schrijver 'op de achtergrond' presenteert.
Als gedachtestreepje wordt doorgaans het zogeheten halve kastlijntje (−) gebruikt. Het halve kastlijntje is wat langer dan het koppelteken of het afbreekteken (-) en staat niet standaard op het toetsenbord van een computer. U kunt het halve kastlijntje aanmaken door een specifieke toetsencombinatie (alt+0150) te gebruiken. Sommige tekstverwerkingsprogramma's kunt u zo instellen dat een koppelteken automatisch wordt omgezet in een half kastlijntje als een zin wordt ingelast. Als u geen half kastlijntje kunt maken, kunt u het koppelteken als gedachtestreepje gebruiken. Zowel voor als na het gedachtestreepje moet een spatie staan.
Alles over leestekens (1997), p. 29, 61, 63, 72-77; Communicatiewijzer (2004), p. 310; In goed Nederlands (1997), p. 102; Professioneel communiceren (2004), p. 275; Redactiewijzer (1997), p. 127; Schrijfwijzer (2005), p. 367, 344; Taalbaak 14