Welk getal krijgt de persoonsvorm in Inmiddels zijn/is er twee en een halve maand verstreken?
Bij een onderwerp met als kern een enkelvoudig zelfstandig naamwoord, staat de persoonsvorm gewoonlijk in het enkelvoud, dus: Inmiddels is er twee en een halve maand verstreken.
Wilt u de duur van twee en een halve maand benadrukken, dan kunt u de persoonsvorm eventueel in het meervoud zetten: Inmiddels zijn er twee en een halve maand verstreken.
De persoonsvorm van een zin congrueert normaal gesproken in getal en persoon met het onderwerp van de zin. Bestaat het onderwerp uit een woordgroep, dan komt de persoonsvorm overeen met de kern (= het belangrijkste deel) van die groep. In deze zin vormt maand de kern van het onderwerp. Dit is een enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Logisch is dan: Inmiddels is er twee en een halve maand verstreken.
Om de duur van de periode twee en een halve maand te beklemtonen, kan de persoonsvorm ook in het meervoud worden gezet. Constructies met een enkelvoudig zelfstandig naamwoord als kern van het onderwerp gevolgd door een meervoudige persoonsvorm, zijn echter niet voor alle taaladviesboeken aanvaardbaar. De Schrijfwijzer geeft bijvoorbeeld: Tien jaar zijn nu verstreken en Er is nog vier minuten te spelen voor de pauze, maar volgens het Handboek Verzorgd Nederlands zijn dergelijke constructies 'op z'n minst dubieus' en 'merkwaardig'.
Enkelvoudsvorm / meervoudsvorm bij hoeveelheidsaanduidende zelfstandige naamwoorden (algemeen)
0,1 minuten / 0,1 minuut
Anderhalf jaar (in de / het afgelopen -)
Het zijn ... (incongruentie)
Jaar / jaren (enkelvoud of meervoud na telwoord?)
Maand(en) (enkelvoud of meervoud na telwoord?)
Miljoen (een - mensen keek / keken naar de wedstrijd)
Negen op tien mensen / negen op de tien mensen
Twee derde van de studenten bleken / bleek
Vijf lichtjaren / vijf lichtjaar
Handboek Verzorgd Nederlands (1996), p. 160; ANS (1997), p. 438-440, 445-446, 1145-1147; Schrijfwijzer (1995), p. 108-109