Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Fulltime medewerker / fulltime-medewerker / fulltimemedewerker

Vraag

Welke spelling is correct: fulltime medewerker, fulltime-medewerker of fulltimemedewerker?

Antwoord

Alle drie de schrijfwijzen zijn correct.

Toelichting

Een bijvoeglijk naamwoord wordt in de regel los voor een zelfstandig naamwoord geschreven; dat geldt ook voor fulltime ('voor de volle (werk)tijd die beschikbaar is') en parttime ('voor een deel van de (werk)tijd die beschikbaar is'). Combinaties als fulltime medewerker en parttime baan zijn vergelijkbaar met vaste medewerker en tijdelijke baan. In deze combinaties krijgen beide woorden meestal een hoofdklemtoon.

(1) De directeur wil alleen iemand aannemen die er altijd is: een fulltime medewerker.

(2) Deze parttime sporter heeft er nog een kantoorbaan naast.

Fulltime en parttime kunnen ook deel uitmaken van een samenstelling. In dat geval ligt de hoofdklemtoon op fulltime of parttime. In de samenstelling mag eventueel een koppelteken voor de duidelijkheid worden geplaatst.

(3) Fulltimemedewerkers / fulltime-medewerkers hebben op dit kantoor bepaalde voorrechten.

(4) Marie heeft een parttimebaan / parttime-baan, en is daarnaast twee dagen thuis voor de kinderen.

Welke schrijfwijze het best past, verschilt per combinatie en per context. Over het algemeen geldt dat hoe langer en ongebruikelijker de woordcombinatie is, hoe sterker de tendens is om fulltime of parttime los te schrijven. Veelgebruikte en relatief korte combinaties worden gemakkelijker aaneengeschreven.

(5) Pieter is een parttime onderzoeksjournalist.

(6) Saar volgt een fulltime rechtenopleiding.

(7) Dave heeft een parttimejob in de horeca.

(8) Aaf heeft in die organisatie een fulltimefunctie.

Bijzonderheid

Als bijwoordelijke bepaling bij een werkwoord worden fulltime en parttime altijd los geschreven.

(9) Wist je dat Elizabeth parttime werkt sinds ze moeder geworden is?

(10) Ik besefte niet dat Edward en Astrid al 25 jaar fulltime werken voor ons bedrijf.

Zie ook

Engelse samenstellingen en woordgroepen aaneen of los (Leidraad 12.1)
Woordgroep in samenstelling (Leidraad 6.7)
Woordgroep of samenstelling? (Leidraad 6.8)

Direct betrokkene / directbetrokkene
Directleidinggevende / direct leidinggevende
Fulltime, fullspeed
In-companytraining / incompanytraining
Marketingmanager, managing director
Online winkel / online-winkel / onlinewinkel
Tweedehandse auto's / tweedehands auto's / tweedehandsauto's
Walking dinner / walkingdinner

Naslagwerken

Grote Van Dale (2005); Prisma Handwoordenboek Nederlands (2014); Woordenlijst (2015)