Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Afgelopen / verleden / vorige week

Vraag

Heeft afgelopen week dezelfde betekenis als verleden week of vorige week?

Antwoord

Nee, afgelopen kun je alleen gebruiken tegen het einde van de desbetreffende periode, terwijl verleden en vorig beide betrekking hebben op de daaraan voorafgaande periode. Als je bijvoorbeeld op vrijdag spreekt over de afgelopen week, bedoel je maandag tot vrijdag van de (bijna) verstreken week. Als je op diezelfde dag spreekt over de vorige week, heeft je uitspraak betrekking op de week die liep tot en met laatstleden zondag.

Toelichting

Het werkwoord aflopen wordt onder meer gebruikt in de betekenis 'verstrijken, voorbijgaan (van tijd)'. Het voltooid deelwoord afgelopen wordt in de betekenis 'verstreken, voorbijgegaan' gebruikt als bijvoeglijk naamwoord, altijd in combinatie met een zelfstandig naamwoord dat een tijdspanne noemt (bijvoorbeeld week, maand, jaar, eeuw of heel algemeen tijd). Hierbij moet worden opgemerkt dat de genoemde periode meestal nog (net) niet helemaal is afgesloten en dus niet letterlijk afgelopen is. Alleen wanneer afgelopen gecombineerd wordt met de naam van een dag van de week, kan dat alleen maar betekenen dat de desbetreffende dag al afgesloten is (bijvoorbeeld afgelopen zaterdag).

Hoewel in bijna alle woordenboeken verleden genoemd wordt als synoniem, en soms ook vorig, worden deze woorden alleen gebruikt als de desbetreffende periode daadwerkelijk verstreken of afgelopen is. Vorig betekent 'onmiddellijk voorafgaand' of 'plaatsgevonden hebbend in een tijd die min of meer ver gelegen is voor de huidige tijd of de tijd waarvan sprake is'.

In de standaardtaal in België wordt vorig ook dikwijls gecombineerd met de naam van een dag van de week, in dezelfde betekenis als afgelopen (bijvoorbeeld vorige zaterdag). Hoewel een dergelijk gebruik in Nederland niet als abnormaal wordt ervaren, komt de combinatie van vorig met de naam van een dag er weinig voor. Standaardtaal in het hele taalgebied is dan ook afgelopen zaterdag.

Bijzonderheid

Anders dan afgelopen kunnen verleden en vorige niet in combinatie met het algemene begrip tijd worden gebruikt (verleden tijd komt alleen voor als grammaticaal begrip; vorige tijd is alleen denkbaar in een sciencefictionwereld waarin sprake is van verschillende tijden).

Een grammaticaal verschil tussen afgelopen enerzijds en verleden en vorig anderzijds is dat de combinatie van afgelopen + een tijdspanne, indien die fungeert als bijwoordelijke bepaling van tijd, altijd kan worden voorafgegaan door een lidwoord en bovendien door het voorzetsel in (afgelopen week, de afgelopen week, in de afgelopen week). Bij de combinatie verleden/vorig + een tijdspanne, gebruikt als bijwoordelijke bepaling, is dat meestal niet mogelijk (niet: de verleden/vorige week, in het vorige jaar, de vorige eeuw; wel: in de vorige eeuw).

Zie ook

Jongste / laatste (de – tijd)
Weekeinde / weekeind / weekend

Naslagwerken

afgelopen

verleden

vorig(e)

Grote Van Dale (2005) verleden, voorbijgegaan, verstreken

in de tijd voorbij zijnd, syn. vroeger, vorig

onmiddellijk voorafgaand

Van Dale Hedendaags Nederlands (2006)

1 vorig

1 in de tijd voorbij zijnd

1 onmiddellijk voorafgaand, syn. afgelopen, jongstleden, laatstleden

Verschueren (1996)

verleden, vorig

I. (…) voorbij zijnde (…) Syn. vorig.

2. onmiddellijk voorafgaand (…) Syn. verleden.

Koenen (2006)

voorbijgegaan, verleden

2 vorig

1 vroeger (…) 2 onmiddellijk voorafgaand

Kramers (2000)

voorbij; klaar, voltooid, vorig

vroeger, voorlaatst

voorafgaand

Woordenboek correct taalgebruik (2004), p. 311

-

-

-e vrijdag, (minder gebr. naast:) vorige week vrijdag