Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Ervan doorgaan / er vandoor gaan / ervandoor gaan

Vraag

Wat is de correcte spelling: er vandoor gaan of ervandoor gaan?

Antwoord

Correct is ervandoor gaan.

Toelichting

Ervandoor gaan is een vaste combinatie met een 'loos' voornaamwoordelijk bijwoord (ervandoor).

Het bijwoord er kan samen met een of meer voorzetsels (bijvoorbeeld in, op, tegen, van) en/of de bijwoorden af, heen, mee en toe een voornaamwoordelijk bijwoord vormen: erin, erop, erachter, erheen, erachteraan, ernaartoe enzovoort. In de regel worden de delen van zo'n voornaamwoordelijk bijwoord aaneengeschreven als ze direct op elkaar volgen. Hetzelfde geldt voor combinaties met hier, daar of waar: hierbij, daarheen, waarop, daaronderdoor enzovoort.

Een voornaamwoordelijk bijwoord kan ook gesplitst worden. Het deel dat gescheiden wordt van er, hier, daar of waar blijft één woord (zie onderdoor in zin 2).

(1) Strooi er wat suiker op.

(2) Hij liep daar rustig onderdoor.

In de meeste gevallen vervangt een voornaamwoordelijk bijwoord een combinatie van een voorzetsel en een naamwoord. Zo kan erop in voorbeeld (1) vervangen worden door bijvoorbeeld op de taart. Daaronderdoor in voorbeeld (2) kan vervangen worden door bijvoorbeeld onder die ladder door.

Een beperkte categorie vormen de combinaties met 'loze' voornaamwoordelijke bijwoorden. Zulke combinaties zijn in hun geheel in de woordenboeken opgenomen met een eigen betekenisomschrijving. Bij deze combinaties kan het voornaamwoordelijk bijwoord niet vervangen worden, omdat het samen met het werkwoord een eenheid vormt met een specifieke betekenis. Zo betekent ervandoor gaan 'wegvluchten'. Ervandoor heeft op zichzelf weinig betekenis.

Loze voornaamwoordelijke bijwoorden worden net als andere voornaamwoordelijke bijwoorden aaneengeschreven als de delen direct na elkaar staan.

(3) Ik ga door tot ik erbij neerval (erbij neervallen = 'niet meer kunnen')

(4) De vakantie zit er weer op. (erop zitten = 'voorbij zijn')

(5a) Ze gingen ervandoor. (ervandoor gaan = wegvluchten)

In combinaties met lange voornaamwoordelijke bijwoorden, zoals ervandoor gaan, is het niet altijd eenvoudig te bepalen welke delen een eenheid vormen, zeker als het voornaamwoordelijk bijwoord gesplitst is in de zin. In ervandoor gaan of ervandoor zijn hoort het voorzetsel door niet bij het werkwoord: doorzijn bestaat niet; doorgaan ('verder gaan') wel, maar dat wordt hier niet bedoeld. Als ervandoor wordt gesplitst, blijft vandoor dus aan elkaar.

(5b) Ze gingen er snel vandoor.

Nog enkele voorbeelden van combinaties met loze voornaamwoordelijke bijwoorden die uit drie delen bestaan: erbovenop komen ('herstellen'), eronderdoor gaan ('overspannen raken'), ertegenaan gaan ('zich flink inzetten'), ertussenuit knijpen ('stiekem weggaan'), eropuit trekken ('op reis, op weg gaan') en eropna houden ('hebben').

(6a) Hopelijk komt ze erbovenop.

(6b) Hopelijk komt ze er snel bovenop.

(7a) Heb je zin om ertegenaan te gaan?

(7b) Heb je zin om er flink tegenaan te gaan?

(8a) Wat een gekke opvatting houdt hij eropna!

(8b) Wat een gekke opvatting houdt hij er toch opna!

(9a) Gisteren trokken ze eropuit.

(9b) Gisteren trokken ze er met het hele gezin opuit.

Zie ook

Aaneenschrijven van combinaties met er, daar, hier en waar (algemeen)
Combinaties met er: loze voornaamwoordelijke bijwoorden (algemeen)

Er … op / erop
Er achter aan lopen / erachter aanlopen / erachteraan lopen
Ermee aanmoeten / ermee aan moeten
Ervanuit gaan / er van uitgaan / er vanuit gaan / ervan uitgaan
Er voor zorgen / ervoor zorgen
Waar ... naar toe / waar ... naartoe

Naslagwerken

Grote Van Dale (2015); Van Dale Hedendaags Nederlands (2008); Woordenlijst (2015); Onze Taal (2017); Taaltelefoon (2017)