Moet je schrijven er vandoor gaan of ervandoor gaan?
Correct is: ervandoor gaan.
Voornaamwoordelijke bijwoorden worden aaneengeschreven, voorzover ze in de zin niet gesplitst worden. De combinatie ervan + een voorzetsel/bijwoord wordt doorgaans als een voornaamwoordelijk bijwoord beschouwd, als het voorzetsel/bijwoord geen deel is van een scheidbaar samengesteld werkwoord.
Ervandoor komt alleen voor in de vaste uitdrukkingen ervandoor gaan en ervandoor zijn. Het voorzetsel door hoort niet bij het werkwoord: doorzijn bestaat niet; doorgaan ('verder gaan') wel, maar wordt hier niet bedoeld. Als het voornaamwoordelijk bijwoord wordt gesplitst, blijft vandoor als een eenheid gevoeld, net als vandaan. Vergelijk:
(1a) Vlug gaat zij ervandoor.
(1b) Zij gaat er vlug vandoor.
(2a) Zij komt ervandaan, maar hij niet.
(2b) Zij komt er niet vandaan, maar hij wel.
Woordgroep of samenstelling? (Leidraad 6.8)
Los, aaneen of met een koppelteken (Leidraad 6)
Aaneenschrijven van voornaamwoordelijke bijwoorden (algemeen)
Er van langs / ervanlangs / ervan langs (geven / krijgen)
Ervan uitgaan
Ervooruit / ervoor uit (hij komt -)
Naar toe / naartoe
ANS (1997), p. 490-493 of online via de E-ANS, p. 609-610 of online; Woordenlijst (2005)