Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Taaladvies.net

U bent hier: taalunieversum » taaladvies

En en maar aan het begin van de zin

Vraag

Mogen de voegwoorden en en maar worden gebruikt als eerste woord van de zin?

Antwoord

Ja. Als deze voegwoorden als eerste woord van de zin voorkomen, verbinden ze die zin meestal niet met de voorgaande zin, maar met de situatie of context.

Toelichting

Als en wordt gebruikt als eerste woord van de zin, wordt daarmee meestal een verrassing of tegenstelling uitgedrukt:

(1) En ik heb het je zo duidelijk gezegd!

Wanneer en een vraagzin inleidt, wordt daarmee de aangesproken persoon doorgaans aangespoord tot het geven van een antwoord:

(2) En, hoe voel je je nu?

Wanneer maar een zin inleidt, wordt daarmee meestal een betoog afgesloten of een nieuwe situatie ingeleid:

(3) Maar je zult je nu zo langzamerhand wel afvragen waar ik met mijn betoog heen wil.

Zie ook

Echter aan het begin van de zin
Maar en echter in één zin

Naslagwerken

Grote Van Dale (2005)

en (...) ter uitdrukking van een inleidende aaneenschakeling (als het een zin inleidt die niet aansluit bij een vorige zin, maar bij de situatie of de context, om een verrassing of tegenstelling uit te drukken): (...) en nu iets anders

maar (...) ter uitdrukking van een tegenstelling tussen de door 'maar' ingeleide zin en de gedachtegang, de context of de situatie om een betoog af te sluiten of een nieuw onderwerp aan de snijden: (...) maar nu eerst iets anders

ANS (1997) , p. 1530 of online via de E-ANS, p. 1541 of online

(Nevenschikking met het voegwoord en.) Soms sluit een zin die volgt op en niet aan bij een vorige zin, maar bij de situatie of bij de context. Dit komt vooral in gesproken taal voor. De en-zin leidt bijv. een gesprek in.

(Nevenschikking met het voegwoord maar.) In dit geval staat het lid dat met maar begint, niet in tegenstelling tot de inhoud van het direct voorafgaande, ook niet tot het direct voorafgaande, beschouwd als uitspraak, maar tot de gedachtegang of het thema van een ruimere voorafgaande context. De spreker wil bijv. een betoog afsluiten of een nieuw onderwerp aansnijden. (...De spreker kan ook aanknopen bij een situatie. Is die situatie anders dan hij verwacht of dan hij vindt dat ze zou moeten zijn, dan kan hij zijn verbazing of afkeuring laten blijken in een maar-zin. Dit komt vooral voor in gesproken taal