Is het drie kwart of driekwart?
We schrijven drie kwart in twee woorden als het als zelfstandig breukgetal gebruikt wordt: drie kwart van de bevolking, drie kwart van het geld.
We schrijven driekwart aaneen als het als bijvoeglijk naamwoord functioneert bij een zelfstandig naamwoord: driekwart minuut, driekwart eeuw.
We schrijven de teller en de noemer van een breuk in de regel los, zowel bij zelfstandig gebruik (vier vijfde van de medewerkers, zes tiende van de aanwezigen) als bij bijvoeglijk gebruik (zeven tiende millimeter, zeven achtste seconde). Teller en noemer krijgen allebei een hoofdklemtoon: dríé víérde, zés tíénde, zéven áchtste.
Drie kwart is een apart geval. Bij zelfstandig gebruik schrijven we het - zoals andere breuken - los: drie kwart van de bevolking, drie kwart van de afwezigen. In combinatie met een zelfstandig naamwoord beschouwen we driekwart als een bijvoeglijk naamwoord en schrijven we de delen aan elkaar: driekwart eeuw, driekwart procent. Dríékwart krijgt dan maar één hoofdklemtoon.
Als een breuk deel uitmaakt van een meerledige samenstelling, schrijven we de teller en de noemer aan elkaar: tweederdemeerderheid, viervijfderegeling, driekwartsmouw enzovoort.
Het Witte Boekje (2006) spelt driekwart altijd in één woord. Bij zelfstandig gebruik is evenwel alleen de schrijfwijze in twee woorden officieel.
Aaneenschrijven van telwoorden (Leidraad 6.9)
Aaneenschrijven van telwoorden (algemeen)
Een van de een kwart miljoen / een van de kwart miljoen
Half zes / halfzes
Honderdste(n)