Wat is het verschil in verwijzing tussen dit en deze enerzijds en dat en die anderzijds?
Dit/deze verwijst nadrukkelijker dan dat/die en verwijst ook naar personen of zaken die zich meer in de nabijheid bevinden.
De aanwijzende voornaamwoorden dit en dat verwijzen naar het-woorden; deze en die naar de-woorden. Ze worden vaak in één zin gebruikt om twee (groepen) personen of zaken tegenover elkaar te stellen; dit/deze wordt dan meestal gebruikt voor wat dichterbij, die/dat voor wat verder af is:
(1) Dit pand wordt afgebroken, terwijl dat huis op de monumentenlijst is geplaatst.
Wanneer deze aanwijzende voornaamwoorden niet beide in één zin voorkomen, verwijst dit/deze nadrukkelijker dan dat/die:
(2a) (Het regende de hele dag.) Dat was niet voorspeld.
(2b) (Het regende de hele dag.) Dit was niet voorspeld.
In sommige gevallen bestaat er zelfs weinig verschil tussen dat/die enerzijds en de lidwoorden het/de anderzijds:
(3a) (Heb jij het nieuws over de ramp gisteravond op televisie gezien?) Nee, ik heb die extra uitzending van het Journaal gemist.
(3b) (Heb jij het nieuws over de ramp gisteravond op televisie gezien?) Nee, ik heb de extra uitzending van het Journaal gemist.
Deze keer / dit keer, deze maal / ditmaal
Diegene
ANS (1997) , p. 303-309