Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Er achter aan lopen / erachter aanlopen / erachteraan lopen

Vraag

Wat is de correcte schrijfwijze: De moedereend waggelde voorop en haar kuikentjes liepen er achter aan, erachter aan of erachteraan?

Antwoord

Correct is: De moedereend waggelde voorop en haar kuikentjes liepen erachteraan. Erachteraan is een voornaamwoordelijk bijwoord. Het kan vervangen worden door achter de moedereend aan.

Toelichting

Het bijwoord er kan samen met een of meer voorzetsels (bijvoorbeeld in, op, achter, bij) en/of de bijwoorden af, heen, mee en toe een voornaamwoordelijk bijwoord vormen: erin, erop, erachter, erheen, ervanaf, erdoorheen, erbovenop enzovoort. In de regel worden de delen van zo'n voornaamwoordelijk bijwoord aaneengeschreven als ze direct op elkaar volgen. Hetzelfde geldt voor combinaties met hier, daar of waar: hierbij, daarmee, waarover, daarbovenop enzovoort.

Een voornaamwoordelijk bijwoord kan ook gesplitst worden. Het deel dat gescheiden wordt van er, hier, daar of waar blijft één woord (zie omheen in zin (2)).

(1) Hier kan ik geen taart mee bakken.

(2) Je moet er niet zo omheen draaien.

In de meeste gevallen vervangt een voornaamwoordelijk bijwoord een combinatie van een voorzetsel en een naamwoord. Zo kan hiermee in voorbeeld (1) vervangen worden door bijvoorbeeld met deze oven en eromheen in voorbeeld (2) door om de waarheid heen.

Bij combinaties met voornaamwoordelijke bijwoorden die uit meer dan twee delen bestaan (erdoorheen, erachteraan, erbovenuit enzovoort) is het niet altijd eenvoudig om te bepalen welke woorden aan elkaar geschreven moeten worden, zeker als het voornaamwoordelijk bijwoord gesplitst is in de zin. Soms is er ook twijfel of het laatste deel (voorzetsel of bijwoord) deel uitmaakt van het werkwoord of niet. Bij erdoorheen zakken, bijvoorbeeld, hoort heen niet bij het werkwoord, want heenzakken bestaat niet. Bij erachteraan lopen hoort aan ook niet bij het werkwoord: aanlopen bestaat wel, maar heeft andere betekenissen dan in deze combinatie bedoeld zijn.

Nog enkele voorbeelden van combinaties met langere voornaamwoordelijke bijwoorden: erdoorheen rijden/kijken; erbovenop klimmen/liggen; eronderdoor lopen/kruipen, eromheen zitten/lopen/draaien, ertussenin zitten/plaatsen, ertussenuit vallen/halen, eroverheen gooien/vallen/kijken.

(3) Gaan we daar echt doorheen rijden? (daardoorheen = door iets heen, bijvoorbeeld door de modder)

(4) De kat ligt erbovenop. (erbovenop = boven op iets, bijvoorbeeld op de tv)

(5) Als straf moesten de soldaten hier wel twintig keer onderdoor kruipen. (hieronderdoor = onder dit door, bijvoorbeeld onder deze omheining)

(6) Je hoort alleen het geschreeuw erbovenuit. (erbovenuit = boven iets uit, bijvoorbeeld het lawaai van de motoren)

Gevallen als erboven uitkomen, erboven uitspringen, erboven uitklinken, erboven uitsteken en erboven uittorenen zijn bijzonder omdat ze ook nog op een andere manier te analyseren zijn. Bij erboven uitkomen en dergelijke gaat om een tweedelig voornaamwoordelijk bijwoord en een samengesteld werkwoord. Woordenboeken kiezen vaak voor deze insteek. Het voorzetsel dat bij het werkwoord hoort, wordt in deze gevallen los geschreven (als het apart staat in de zin), of aan het werkwoord vast (als dat er onmiddellijk op volgt).

(7a) De paraplu's staken erboven uit. (= erboven uitsteken, bijvoorbeeld boven de menigte)

(8a) Zijn werk springt er voor mij echt boven uit. (= erboven uitspringen, bijvoorbeeld boven de andere werken)

(9a) Je hoort de muziek erboven uitklinken. (= erboven uitklinken, bijvoorbeeld boven zijn stem)

(10a) Zie je het gebouw dat daar hoog boven uittorent? (= daarboven uittorenen, bijvoorbeeld boven die andere gebouwen)

Bij deze gevallen is echter ook een andere analyse denkbaar, namelijk als combinaties met een drieledig voornaamwoordelijk bijwoord en een werkwoord. De schrijfwijzen erbovenuit steken, erbovenuit klinken enzovoort zijn dus ook verdedigbaar.

(7b) De paraplu's staken erbovenuit. (= erbovenuit steken)

(8b) Zijn werk springt er voor mij echt bovenuit. (= erbovenuit springen)

(9b) Je hoort de muziek erbovenuit klinken. (= erbovenuit klinken)

(10b) Zie je het gebouw dat daar hoog bovenuit torent? (= daarbovenuit torenen)

Zie ook

Aaneenschrijven van combinaties met er, daar, hier en waar (algemeen)
Combinaties met er: loze voornaamwoordelijke bijwoorden (algemeen)

Er … op / erop
Ermee aanmoeten / ermee aan moeten
Ervan doorgaan / er vandoor gaan / ervandoor gaan
Ervanuit gaan / er van uitgaan / er vanuit gaan / ervan uitgaan
Er voor zorgen / ervoor zorgen
Vanwaaruit / van waaruit
Waar ... naar toe / waar ... naartoe

Naslagwerken

ANS (1997), p. 490-503 of online via de E-ANS; Grote Van Dale (2015); Woordenlijst (2015); Onze Taal (2017); Taaltelefoon (2017)