Sluit je een abonnement af, of neem je een abonnement?
Als het gaat om iemand die zich ergens op abonneert, wordt abonnement gewoonlijk gecombineerd met nemen, maar de combinatie met afsluiten is ook mogelijk. Als het gaat om degene die een abonnement levert, is de combinatie met afsluiten gewoon.
Een abonnement ('abonneeovereenkomst') kan men afsluiten, maar nemen is gebruikelijker als het de abonnee betreft. Degene die zich abonneert, kan het eenmaal genomen (of afgesloten) abonnement bij het verstrijken van de overeengekomen termijn veelal vernieuwen dan wel opzeggen. Voorbeeld:
(1) Het abonnement op het Wereldtijdschrift, dat ik vorig jaar heb genomen, wil ik niet vernieuwen, maar hierbij opzeggen.
Als men spreekt over de leverancier, is de combinatie abonnement afsluiten gebruikelijk, naast als abonnee inschrijven. Voorbeeld:
(2) Hij is erin geslaagd het nagestreefde aantal abonnementen af te sluiten.
Ook abonneren wordt in deze betekenis gebruikt, al is volgens Van Dale dit overgankelijke gebruik van abonneren 'minder juist'. Voorbeeld:
(3) Hij heeft mij geabonneerd op het Wereldtijdschrift.
Op het wederkerende gebruik van abonneren en het gebruik van de lijdende vorm is echter niets aan te merken. Voorbeelden:
(4) Ik heb me geabonneerd op het Wereldtijdschrift.
(5) Ik ben geabonneerd op het Wereldtijdschrift.
Een abonnement is een overeenkomst die recht geeft op de ontvangst of het genot van zekere geregelde leveringen of diensten gedurende een bepaalde tijd. Overeenkomst wordt gecombineerd met de werkwoorden aangaan, afsluiten, sluiten en (met iemand) treffen.
Afluisteren / beluisteren (een antwoordapparaat -)
Grote Van Dale (2005); Verschueren (1996); Wolters-Koenen (1996)