Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Omstaanders / omstanders

Vraag

Wat is correct: omstaanders of omstanders?

Antwoord

Omstanders is standaardtaal in het hele taalgebied; omstaanders is standaardtaal in België.

Toelichting

Voor iemand die ergens bij staat en toekijkt, wordt in het hele taalgebied omstander (meestal als meervoud: omstanders) gebruikt.

(1a) Bij een gewapende overval is de dader door twee omstanders overmeesterd.

(2a) Om de omstanders op een afstand te houden, sloot de politie de straat af.

(3a) Eén omstander probeerde het slachtoffer te reanimeren.

In de standaardtaal in België is ook omstaander(s) gangbaar.

(1b) Bij een gewapende overval is de dader door twee omstaanders overmeesterd. [standaardtaal in België]

(2b) Om de omstaanders op een afstand te houden, sloot de politie de straat af. [standaardtaal in België]

(3b) Eén omstaander probeerde het slachtoffer te reanimeren. [standaardtaal in België]

Bronnen

VRT.Taalnet. Omstaander. Geraadpleegd op 15 september 2015 via http://www.vrt.be/taal/omstaander.

Naslagwerken

 

omstaander(s)

omstander(s)

Grote Van Dale (2015)

BE omstander

(meestal mv.) persoon uit de rondom iem. of iets verzamelde menigte, het omstaande volk, syn. toeschouwer

Van Dale Hedendaags Nederlands (2008)

omstanders

rondom iem. of iets verzamelde menigte, syn. omstaanders

Koenen (2006)

-

iem uit de ergens omheen staande menigte; toeschouwer (m.n. in het mv)

Woordenboek Correct Taalgebruik (2004), p. 184

[wordt afgekeurd] omstander, toeschouwer

-

Correct Taalgebruik (2006), p. 173

[wordt afgekeurd] Correct is: omstanders, toeschouwers.

-

Stijlboek VRT (2003), p. 178

[wordt afgekeurd] Algemeen Nederlands zijn: omstander, toeschouwer.

-

Vlaams-Nederlands woordenboek (2003)

omstander

-

Prisma Handwoordenboek Nederlands (2014)

BN ook omstanders, toeschouwers

iemand die ergens bij staat (en kijkt)