Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Nonkel / oom

Vraag

Is nonkel een correct woord voor oom?

Antwoord

Nonkel wordt in België vooral gebruikt in informele en gesproken taal. Het is onduidelijk of nonkel tot de standaardtaal in België gerekend kan worden. Standaardtaal in het hele taalgebied is in elk geval oom.

Toelichting

Het woord nonkel wordt in België veelvuldig gebruikt in de betekenis 'broer of zwager van iemands vader of moeder', 'oom'. Zeker in informele en gesproken taal is het woord heel gebruikelijk, vooral als aanspreekvorm in combinatie met een voornaam (bijvoorbeeld nonkel Jan). Toch is er een niet te verwaarlozen groep taalgebruikers die het gebruik van nonkel afkeurt, zeker in verzorgde geschreven taal. Het is daarom niet duidelijk of nonkel in de betekenis 'oom' tot de standaardtaal in België gerekend kan worden.

(1) Nonkel Paul vertelt vaak flauwe moppen op familiefeestjes. (in België, status onduidelijk)

(2) Saartje gaat in de paasvakantie bij haar nonkel en tante logeren. (in België, status onduidelijk)

In Nederland is het woord nonkel nagenoeg onbekend. Standaardtaal in het hele taalgebied is oom.

(3) Oom Jaap getrouwd met tante Mien.

(4) Gisteren is hij bij zijn oom en tante op bezoek geweest.

Bijzonderheid

In Nederland komt in de informele gesproken taal ook ome voor.

(5) Ome Gerrit is de jongste broer van haar vader. (informeel, spreektaal)

Zie ook

Kozijn / neef
Metekind / petekind
Schoonbroer, zwager

Naslagwerken

 

nonkel

oom

Grote Van Dale (2005)

(Belg.N., spreekt.) oom, var. nonk

1 broer of zwager van iemands vader of moeder, var. ome

Van Dale Hedendaags Nederlands (2008)

(in België, inf) oom

broer of zwager van iemands vader of moeder, syn. nonkel, ome

Woordenboek Correct Taalgebruik (2004), p. 180

[wordt afgekeurd] oom

-

Vlaams-Nederlands woordenboek (2003)

oom

-

Het Witte Woordenboek Nederlands (2007)

BN oom; ome: ~ Louis

1 broer van vader of moeder

Prisma Handwoordenboek Nederlands (2014)

BN, spreektaal oom; ome

1 broer van iemans vader of moeder 2 echtgenoot van een zuster van iemands vader of moeder