Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Uurwerk / horloge

Vraag

Is uurwerk een correct synoniem van horloge?

Antwoord

Uurwerk wordt in de standaardtaal in België gebruikt als synoniem van (pols)horloge. Het is onduidelijk of uurwerk in die betekenis ook in Nederland tot de standaardtaal gerekend kan worden. Standaardtaal in het hele taalgebied is horloge of polshorloge.

Toelichting

Uurwerk is standaardtaal in het hele taalgebied in de betekenis 'raderwerk van een klok'. In Nederland wordt het woord het vaakst in deze betekenis gebruikt. 

(1) Mijn klok staat stil, waarschijnlijk is het uurwerk defect.

Uurwerk kan in de standaardtaal ook als synoniem van klok gebruikt worden. Het gaat dan om een tijdaanwijzer in algemene betekenis, of om een grote tijdaanwijzer, bijvoorbeeld op een klokkentoren. In België is uurwerk in die betekenissen gebruikelijker dan in Nederland. Daar is uurwerk voor veel mensen een wat ouderwets, vaktalig woord.

(2a) Een pendule is een type uurwerk met een slinger.

(2b) Een pendule is een type klok met een slinger.

(3a) Sinds vrijdag staat het uurwerk van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal stil op tien voor tien.

(3b) Sinds vrijdag staat de klok van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal stil op tien voor tien.

In België wordt uurwerk daarnaast vaak gebruikt als synoniem van (pols)horloge. Uurwerk is in die betekenis standaardtaal in België. Ook in Nederland komt uurwerk voor in de betekenis '(pols)horloge'. Toch is er een niet te verwaarlozen groep taalgebruikers die het woord in die betekenis afkeurt. Het is daarom vooralsnog niet duidelijk of uurwerk in die betekenis tot de standaardtaal kan worden gerekend in Nederland. Standaardtaal in het hele taalgebied is in elk geval horloge.

(4a) Gestolen: trendy uurwerk met zwart leren bandje. [standaardtaal in België]

(4b) Gestolen: trendy horloge met zwart leren bandje.

(5a) Hij moest zich inhouden om niet voortdurend op zijn uurwerk te kijken. [standaardtaal in België]

(5b) Hij moest zich inhouden om niet voortdurend op zijn horloge te kijken.

Uurwerk wordt in België ook voor andere soorten klokken gebruikt, bijvoorbeeld voor een wandklok. Het is niet duidelijk of dat gebruik in Nederland standaardtaal is. Standaardtaal in het hele taalgebied is in elk geval klok.

(6a) Het uurwerk in de keuken loopt vijf minuten voor. [standaardtaal in België]

(6b) De klok in de keuken loopt vijf minuten voor.

Zie ook

Winteruur / wintertijd
Zomeruur / zomertijd

Bronnen

VRT.Taalnet. Uurwerk. Geraadpleegd op 29 september 2014 via http://www.vrt.be/taal/uurwerk.

Naslagwerken

 

uurwerk

horloge

klok

Grote Van Dale (2005)

1 instrument dat de tijd aanwijst, syn. klok, horloge, pendule, wekker; 2 raderwerk van een klok

1 uurwerk, m.n. een uurwerk dat men bij zich draagt, een zakuurwerk of polshorloge

2 (oorspr.) uurwerk in een toren, waarvan de uren door het slaan op een klok1 bekendgemaakt worden 3 (bij uitbr.) uurwerk in't alg., in een daarvoor vervaardigde kast, syn. pendule

Van Dale Hedendaags Nederlands (2008)

1 instrument dat de tijd aanwijst, hyponiem horloge, klok, regulateur, stopwatch 2 het binnenwerk van een klok

uurwerk, vooral zakuurwerk of polshorloge

1 uurwerk waarop men de tijd kan aflezen

Koenen (2006)

1 horloge, klok; 2 het raderwerk ervan

zakuurwerk, polsuurwerk

2 uurwerk met een klok; instrument om de juiste tijd aan te geven

Woordenboek Correct Taalgebruik (2004), p. 287

[wordt afgekeurd] horloge, klok. – WEL als alg. benaming voor: horloges, klokken en het mechanisme, rader- en binnenwerk

-

-

Correct Taalgebruik (2006), p. 271

Let op het verschil tussen uurwerk en horloge.

-      Het binnenwerk van een horloge is een uurwerk.

-      Mijn klok staat stil. Wellicht is het uurwerk defect.

-

-

Taalwijzer (2000), p. 337, p. 160

Wordt gebruikt als algemene benaming voor horloges, klokken enz.; ook in toepassing op het rader- of binnenwerk

Niet te verwarren met *uurwerk; het horloge is inz. het gebruiksvoorwerp (polshorloge).

-

Stijlboek VRT (2003), p. 251

Uurwerk betekent : het raderwerk van een klok; grote tijdaanwijzer (het uurwerk van een klokkentoren). Niet gebruiken voor: horloge, staande klok, wandklok.

-

-

Vlaams-Nederlands woordenboek (2003)

(pols)horloge

-

-

Het Witte Woordenboek Nederlands (2007)

1 algemene benaming voor een toestel dat de tijd aangeeft, zoals een klok of een horloge 2 het raderwerk in een dergelijk toestel 3 BN horloge, polshorloge; klok, wekker

1 klein uurwerk, meestal aan de pols gedragen; vroeger uurwerk aan een ketting dat in een vestzak meegedragen werd, zakuurwerk * staand ~ antieke staande klok

1 uurwerk; metalen kelk met klepel

Prisma Handwoordenboek Nederlands (2014)

1 algemene benaming voor een apparaat dat de tijd aangeeft, zoals een klok of een horloge 2 het raderwerk in een dergelijk apparaat 3 vooral BN horloge, polshorloge; klok, wekker

1 klein uurwerk, meestal aan de pols gedragen 2 vroeger uurwerk aan een ketting dat in een vestzak meegedragen werd, zakuurwerk

1 voorwerp waarop men kan zien hoe laat het is, uurwerk: de klok loopt vijf minuten voor