Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Collega's-professoren / collega-professoren

Vraag

Wat is het meervoud van collega-professor: collega's-professoren of collega-professoren?

Antwoord

Collega's-professoren en collega-professoren zijn allebei correct. Collega-professoren is de gebruikelijkste vorm.

Toelichting

Collega-professor kan beschouwd worden als een samenstelling met de voorbepaling collega-. De voorbepaling geeft een nadere kwalificatie van wat in het tweede deel genoemd wordt, net zoals bijvoorbeeld assistent-, kandidaat-, chef-, leerling-, meester- en stagiair-. Andere voorbeelden zijn leerling-verpleegkundige ('een verpleegkundige in opleiding'), kandidaat-notaris ('een notaris in opleiding') en meester-opzichter ('hoofd van de opzichters'). Bij zulke combinaties krijgt alleen het laatste deel (het kernwoord) een meervoudsuitgang, dus: collega-professoren, collega-journalisten, leerling-verpleegkundigen, kandidaat-notarissen, meester-opzichters enzovoort.

Collega-professor kan ook opgevat worden als een nevenschikkende samenstelling met gelijkwaardige delen. Een collega-professor is zowel collega als professor, net zoals een directeur-eigenaar tegelijk directeur en eigenaar is, en een dichter-schilder zowel dichter als schilder is. In samenstellingen met gelijkwaardige delen krijgen de delen vaak allebei een meervoudsuitgang: directeuren-eigenaren, dichters-schilders. De meervouden collega's-professoren, collega's-journalisten en dergelijke zijn dus ook mogelijk, maar in de praktijk komt de meervoudsuitgang in combinaties met collega- doorgaans alleen na het laatste deel.

Zie ook

Advocaat-generaals / advocaten-generaal
Collegae / collega's
Fiats Punto / Fiat Punto's
Kandidaten-voorzitters / kandidaat-voorzitters
Ministers-president / minister-presidenten / ministers-presidenten
Miss Belgiës / Missen België / Misses België
Processen-verbalen / procesverbalen / processen-verbaal
Salto mortale's / salto mortales
Tolk-vertalers / tolken-vertalers; vertaler-tolken / vertalers-tolken

Naslagwerken

ANS (1997), p. 165-166 of online via de E-ANS; Schrijfwijzer (2012), p. 271, p. 375; Van Dale Taalhandboek Nederlands (2011), p. 195; Vraagbaak Nederlands (2011), p. 79; Woordenlijst (2015)