Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Fier / trots

Vraag

Is het woord fier correct in deze zin: Veel Argentijnen zijn er fier op dat paus Franciscus uit hun land komt?

Antwoord

Fier is standaardtaal in België in de betekenis 'trots op wat men bezit of wat men heeft bereikt'. Standaardtaal in het hele taalgebied is trots.

Toelichting

In de standaardtaal in België wordt fier gebruikt in de betekenis 'trots op wat men bezit of heeft bereikt'. Standaardtaal in het hele taalgebied is trots.

(1a) Twee dagen na zijn geboorte mocht Milan al met zijn fiere ouders mee naar huis. [standaardtaal in België]

(1b) Twee dagen na zijn geboorte mocht Milan al met zijn trotse ouders mee naar huis.

(2a) Ons land heeft eindelijk weer een nationale ploeg om fier op te zijn. [standaardtaal in België]

(2b) Ons land heeft eindelijk weer een nationale ploeg om trots op te zijn.

(3a) Ze is heel fier dat ze voor die filmrol is gevraagd. [standaardtaal in België]

(3b) Ze is heel trots dat ze voor die filmrol is gevraagd.

Fier en trots zijn beide standaardtaal in het hele taalgebied in de betekenissen 'zichtbaar een sterk zelfbewustzijn en eergevoel hebbend' en 'statig'.

(4) Mongolië is eeuwenlang een land van fiere / trotse nomaden geweest.

(5) Tijdens een zenuwslopend WK veldrijden bleef Lars Boom gisteren fier / trots overeind.

(6) De Arabische volbloed is een sierlijk paard met een fiere / trotse gang.

(7) Haar kaarsrechte en fiere / trotse houding doet oma veel jonger lijken.

Bronnen

VRT.Taalnet. Fier.Geraadpleegd op 20 december 2013 via http://www.vrt.be/taal/fier-0.

Naslagwerken

 

fier

trots

Grote Van Dale (2005)

1 (van personen) vervuld en uiterlijk blijk gevend van een sterk zelfbewustzijn en eergevoel, in gunstige zin trots: een fier karakter; fier in het strijdperk treden; (Belg. N., niet alg.) fier op -, trots op-: hij is fier op zijn afkomst ( …) 2 (van zaken en handelingen) getuigend van een fiere (1) gemoedsgesteldheid: een fiere houding, blik (…)

1 vervuld en blijk gevend van een gevoel van meerderheid boven anderen: een trots geslacht; een trotse houding; trotse gebaren; daar is hij te trots voor; -vervuld van een groot gevoel van eigenwaarde: dit trotse volk; - (gunstig) fier: een trotse ziel; de edele, trotse gang van een Arabische hengst (…) 2 (ongunstig) het gevoel van meerderheid te zeer of ongegrond doende blijken, syn. hoogmoedig, hovaardig: hij is trots; trotse blikken; zo trots als een pauw (…) 3 trots op, wegens het genoemde een (al of niet gerechtvaardigd) gevoel van meerderheid, of wel van zelfvoldaanheid hebbend: daar mag je trots op zijn; trots op zijn werk; trots op geld en goed; (zonder bepaling) de trotse bezitter, hij die trots is op het bezit van het bedoelde 4 (fig.) (van zaken) zich prachtig, fier verheffend, indrukwekkend, statig

Van Dale Hedendaags Nederlands (2006)

trots en zelfbewust (…) (in België, niet alg.) fier op trots op

(…) 3 tevreden over wat men bezit of wat men bereikt heeft (…) trots op

Koenen (2006)

bn –der, -st 1 met rechtmatige trots: een ~e blik; ik ben Vlaming en daar ben ik ~ op; 2 met een houding die aan fier (1) doet denken: de ~e leeuw

bn, bw –er, -t 1 hoogmoedig, hovaardig: een ~e houding; 2 zich vereerd voelend met, verguld met; fier: ~ op haar zoon; 3 statig, prachtig: ~e paleizen

Woordenboek Correct Taalgebruik (2004), p. 83

[wordt afgekeurd] hij is – op, over zijn zoon, trots op; – als een gieter, trots als een pauw, een aap. – WEL: zelfbewust, hooghartig; een – fier karakter, een –e houding, blik.

[wordt afgekeurd] – over iem./iets, op.

Correct Taalgebruik (2006), p. 79

Fier betekent zelfbewust en is minder gebruikelijk dan trots.

- Zijn fiere houding boezemt respect in.

- Ik ben Vlaming en daar ben ik trots op.

-

Taalwijzer (2000), p. 328

-

Trots op is de gebruikelijke term (fier behoort meer tot de bijzondere, verheven of dichterlijke stijl).

Stijlboek VRT (2003), p. 88

Fier is een uiting van een sterk zelfbewustzijn en eergevoel (een fiere houding, een fier karakter).

Trots zijn we op onze kinderen, een prestatie, ons werk.

[bij fier] Trots zijn we op onze kinderen, een prestatie, ons werk.

Vlaams-Nederlands woordenboek (2003)

(bn. & bw.)

- fier zijn op, trots zijn op

 

-

Het Witte Woordenboek Nederlands (2007)

1 trots; • BN ~ zijn, gaan op (over) iem., iets er trots op zijn (…) 2 zelfbewust, hooghartig

II bn 1 fier, met zelfgevoel 2 hoogmoedig 3 prachtig, statig

Prisma Handwoordenboek Nederlands (2009)

1 trots; • BN ook ~ op trots op • BN, spreektaal zo ~ als een gieter heel trots, zo trots als een pauw 2 zelfbewust, hooghartig

II bn 1 fier, met zelfgevoel 2 hoogmoedig 3 prachtig, statig