Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Kleed(je) / jurk(je)

Vraag

Is kleed(je) correct in betekenis 'jurk'?

Antwoord

Kleed(je) in de betekenis 'jurk' is standaardtaal in België. Standaardtaal in het hele taalgebied is jurk(je).

Toelichting

Het woord kleed en de verkleinvorm kleedje worden in België geregeld gebruikt in de betekenis 'jurk'. Zeker in informele taal is dat gebruik heel gewoon. Kleed(je) en ook samenstellingen met kleed(je) zijn standaardtaal in België.

(1a) In Annekes kleerkast hangen vooral rokken en kleedjes, en maar weinig broeken. [standaardtaal in België]

(2a) Ze droeg die avond een lang zijden kleed. [standaardtaal in België]

(3a) Dat mouwloze zomerkleedje staat je beeldig. [standaardtaal in België]

(4a) Het vinden van het perfecte trouwkleed is voor veel vrouwen een hele onderneming. [standaardtaal in België]

Jurk(je) is standaardtaal in het hele taalgebied.

(1b) In Annekes kleerkast hangen vooral rokken en jurkjes, en maar weinig broeken.

(2b) Ze droeg die avond een lange zijden jurk.

(3b) Dat mouwloze zomerjurkje staat je beeldig.

(4b) Het vinden van de perfecte trouwjurk is voor veel vrouwen een hele onderneming.

Voor een nachtgewaad voor vrouwen wordt in de standaardtaal in België vaak slaapkleed of nachtkleed gebruikt. Standaardtaal in het hele taalgebied is nachtjapon, maar dat woord wordt vaker in Nederland dan in België gebruikt.

(5a) Toen er in alle vroegte werd aangebeld, rende ze in haar nachtkleed/slaapkleed naar de voordeur. [standaardtaal in België]

(5b) Toen er in alle vroegte werd aangebeld, rende ze in haar nachtjapon naar de voordeur.

Kleed wordt in de standaardtaal in het hele taalgebied gebruikt in de betekenis 'ambtsgewaad' of 'religieus gewaad'.

(6) Tijdens de priesterwijding draagt de priester een albe, een wit linnen kleed met lange mouwen.

Zie ook

Kledij / kleding / kleren

Naslagwerken

 

kleed

jurk

japon

Grote Van Dale (2005)

9 (kleren of klederen) (arch.) kledingstuk 10 (Belg.N., niet alg.) jurk 11 (kleden of klederen of kleren) ambtsgewaad of religieus gewaad; ook als tweede lid in samenst. als de volgende, waarin het eerste lid een ambt of bediening noemt: bisschopskleed, koningskleed, monnikskleed, priesterkleed 12 (g.mv.) (verzameln.) geheel van (boven)kleding, syn.: dracht, kledij  (…),ook als tweede lid in samenst. als de volgende, waarin het eerste lid een gelegenheid, een locatie e.d. noemt: balkleed, bruidskleed, feestkleed, soireekleed, zondagskleed

 

 

kledingstuk bestaande uit rok en bovenlijf aan elkaar, voornamelijk door vrouwen gedragen, syn. japon

(veroud.) 1  bovenkleding voor vrouwen, bestaande uit lijf en rok van dezelfde stof, uit één stuk, syn. jurk

Van Dale Hedendaags Nederlands (2008)

1 afgepast en afgewerkt stuk geweven stof om iets te bedekken (…) 2 (in België, niet alg) jurk, japon

gewaad voor vrouwen, reikend van schouders tot op de benen, syn. japon, kleed, robe

jurk

Koenen (2006)

I kleden 1 afgepast, afgewerkt stuk geweven stof om iets te bedekken, te omhangen, m.n. tafel- en vloerkleed (…)

II kleren bovenkleed, gewaad van mannen

1 japon; 2 (spott) lichaambedekkend mannenkledingstuk

bovenkleding voor vrouwen, bestaande uit bovenstuk en rok aan elkaar; jurk

Woordenboek Correct Taalgebruik (2004), p. 139

[wordt afgekeurd] jurk, japon. – WEL: 1) stuk stof om een tafel, vloer, kast … mee te bedekken; 2) arch., form., lit.t.) kledingstuk; jurk 3) gewaad van een priester

-

-

Taalwijzer (2000), p. 176, 184

Niet te verwarren met *jurk of *japon; een kleed (mv. kleden) is een afgepast, afgewerkt stuk geweven stof om iets te bedekken, te omhangen, inz. tafel-, vloerkleed e.a.

Niet te verwarren met *kleed en *japon; een jurk is de gewone naam voor het vrouwelijk kledingstuk.

Wijst inz. op feestelijke kleding voor plechtige gelegenheden (vgl. ook *jurk) (niet: *kleed).

Vlaams-Nederlands woordenboek (2003)

jurk, japon [in België zelden voor tapijt]

-

-

Het Witte Woordenboek Nederlands (2007)

Kleed1 [kleden] vloerkleed, tafelkleed enz.

Kleed2 [klederen, kleren] 1 kledingstuk (…) 2 BN jurk

dames- of meisjesjapon

kledingstuk voor vrouwen en meisjes, rok en blouse aaneen

Prisma Handwoordenboek Nederlands (2009)

1 stuk weefsel om iets mee te bedekken: een tafelkleed 2 NN tapijt: een vloerkleed 3 BN ook jurk

dames- of meisjesjapon

kledingstuk voor vrouwen en meisjes, rok en blouse aaneen