Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Er zich / zich er

Vraag

Wat is correct: De trainer wil er zich niet aan wagen of De trainer wil zich er niet aan wagen?

Antwoord

Beide zinnen zijn correct.

Toelichting

De onderlinge volgorde van een persoonlijk voornaamwoord of wederkerend voornaamwoord en het bijwoord er ligt niet vast.

(1a) Van de restaurants in de stad heeft de gids ons er enkele afgeraden.

(1b) Van de restaurants in de stad heeft de gids er ons enkele afgeraden.

(2a) Hij wil zich er thuis voelen.

(2b) Hij wil er zich thuis voelen.

Ook als er deel uitmaakt van een voornaamwoordelijk bijwoord ligt de onderlinge volgorde van er en het persoonlijk of wederkerend voornaamwoord niet vast. In Nederland is de volgorde met er na het persoonlijk of wederkerend voornaamwoord (zoals in de a-zinnen) gebruikelijker dan die met er ervoor.

(3a) De trainer wil zich er wel aan wagen.

(3b) De trainer wil er zich wel aan wagen.

(4a) Ik kan me er nauwelijks over opwinden.

(4b) Ik kan er me nauwelijks over opwinden.

(5a) Wil jij je er volgende week in verdiepen?

(5b) Wil jij er je volgende week in verdiepen?

(6a) De ministers leggen zich er nog niet bij neer.

(6b) De ministers leggen er zich nog niet bij neer.

(7a) De Tweede Kamer is nu wettelijk verplicht om zich erover te buigen.

(7b) De Tweede Kamer is nu wettelijk verplicht om er zich over te buigen.

(8a) Het kritische rapport heeft hem ervan weerhouden zich kandidaat te stellen.

(8b) Het kritische rapport heeft er hem van weerhouden zich kandidaat te stellen.

(9a) De zaalverhuurder kan hun er nog geen toezegging over doen.

(9b) De zaalverhuurder kan er hun nog geen toezegging over doen.

Zie ook

Er … op / erop

Bronnen

Horst, J. van der (2008). Geschiedenis van de Nederlandse syntaxis. Leuven, Universitaire Pers Leuven.

Naslagwerken

ANS (1997), p. 1320-1321 of online via de E-ANS