Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Linkse / linker gebouw

Vraag

Wat is correct: Het linkse gebouw is onbewoonbaar of  Het linker gebouw is onbewoonbaar?

Antwoord

Standaardtaal in het hele taalgebied zijn in elk geval combinaties met linker en rechter: het linker gebouw, het rechter gebouw. Combinaties als het linkse gebouw en het rechtse gebouw zijn standaardtaal in België. Het is onduidelijk of we dat gebruik van linkse en rechtse ook in Nederland tot de standaardtaal kunnen rekenen.

Toelichting

De bijvoeglijke naamwoorden links en rechts worden, vooral in België, geregeld gebruikt als synoniemen van linker en rechter: de linkse deur, dat rechtse gebouw enzovoort. Dat gebruik is standaardtaal in België. Ook in Nederland komt dat gebruik van links en rechts weleens voor. Toch is er een niet te verwaarlozen groep taalgebruikers in Nederland die dergelijke combinaties afkeurt. Het is daarom vooralsnog niet duidelijk of linkse en rechtse in de standaardtaal in Nederland als synoniemen van linker en rechter gebruikt kunnen worden.

(1a) Achter de linkse deur is het vrouwentoilet. [standaardtaal in België]

(2a) Neem onder de brug de linkse rijstrook en sla links af bij het eerste verkeerslicht. [standaardtaal in België]

(3a) Aan de rechtse kant van de spoorweg staat een grote witte boerderij. [standaardtaal in België]

(4a) - 'Welk schilderij vind je het mooist?' - 'Het rechtse.' [standaardtaal in België]

Standaardtaal in het hele taalgebied zijn linker en rechter.

(1b) Achter de linker deur is het vrouwentoilet.

(2b) Neem onder de brug de linker rijstrook en sla links af bij het eerste verkeerslicht.

(3b) Aan de rechterkant van de spoorweg staat een grote witte boerderij.

(4b) - 'Welk schilderij vind je het mooist?' - 'Het rechter.'

In combinatie met meest of uiterst is alleen linkse of rechtse correct.

(5) Neem onder de brug de meest linkse rijstrook en sla links af bij het eerste verkeerslicht.

(6) Ik woonde vroeger in het uiterst rechtse appartement.

Zie ook

Linker hand / linkerhand, rechter hand / rechterhand

Naslagwerken

 

links

linker

Grote Van Dale (2005)

(bn.) 1 (…) zich bevindend aan de linkerzijde, daarnaar gericht, daarbij behorend of daar plaatsvindend, tgov. rechts: het linkse huis; links van iem. zitten

(alleen attr. bn.) zich links bevindend, syn. links, tgov. rechter; - ook als eerste lid in samengestelde zn. ter aanduiding dat het in het tweede lid genoemde zich links bevindt: linkerachterlicht, linkerachterpoot

Van Dale Hedendaags Nederlands (2006)

[bn., -er, meest ~] 1 aan of naar de linkerzijde

[bn.; alleen attr.] 1 aan die zijde waar zich bij de mens de groet hartkamer en alvleesklier bevinden

Verschueren (1996)

I.A. bw. 1. aan de linkerzijde: hij kamde een scheiding – boven op het hoofd (…) B. bn. 1. aan de linkerzijde zich bevindend, plaatshebbend: het –e huis

I. bn. [ter linkerzijde] aan de zijde waar men het hart voelt kloppen

Koenen (2006)

I bn 1 aan de linkerkant: het ~ huis (…) II bw 1 aan de linkerkant: ~ houden, ; naar ~ draaien

bn aan de kant vh lichaam waar het hart zit (vnl. in sam) ~arm, ~been, ~kant

Woordenboek Correct Taalgebruik (2004), p. 157

[bij link(s)] –e hand, linkerhand, de –e kant, linkerkant

-

Het Witte Woordenboek Nederlands (2007)

bn 1 aan of met de linkerhand; naar of aan de linkerzijde

I bn aan de linkerzijde (vaak aaneengeschreven met het erop volgende zelfstandig naamwoord)

Prisma Handwoordenboek Nederlands (2009)

[bij links1] bn 1 aan of met de linkerhand; naar of aan de linkerzijde

I bn aan de linkerzijde (vaak aaneengeschreven met het erop volgende zelfstandig naamwoord)