Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Zetel / stoel / bank

Vraag

Is zetel een correct woord voor een zitmeubel voor een of meer personen?

Antwoord

Zetel is standaardtaal in België in de betekenis 'comfortabel zitmeubel voor een of meer personen, met doorgaans een stoffen of leren bekleding'. Standaardtaal in het hele taalgebied zijn bijvoorbeeld fauteuil (voor één persoon) en zitbank of sofa (voor meerdere personen). In de standaardtaal in Nederland wordt afhankelijk van de betekenis ook stoel of bank gebruikt om zo'n zitmeubel te benoemen.

Stoel en bank worden in het hele taalgebied ook gebruikt voor harde zitmeubels van bijvoorbeeld hout of metaal.

Toelichting

In de standaardtaal in België wordt het woord zetel heel vaak gebruikt voor een comfortabel zitmeubel voor een of meer personen, dat doorgaans een stoffen of leren bekleding heeft. Zo'n zitmeubel kan in de standaardtaal in het hele taalgebied  bijvoorbeeld met de woorden fauteuil (voor één persoon) of zitbank of sofa (voor meerdere personen) worden aangeduid. Deze woorden zijn gebruikelijker in Nederland dan in België.

(1a) Oma zit nog het liefst de hele dag in haar zetel voor het raam. [standaardtaal in België]

(1b) Oma zit nog het liefst de hele dag in haar fauteuil voor het raam.

(2a) Door de hoge rug heeft deze zetel extra zitcomfort. [standaardtaal in België]

(2b) Door de hoge rug heeft deze fauteuil extra zitcomfort.

(3a) In onze winkel vind je zetels voor twee of voor drie personen. [standaardtaal in België]

(3b) In onze winkel vind je zitbanken voor twee of voor drie personen.

(4a) Op vrijdagavond kijk ik graag languit in de zetel naar een spannende film. [standaardtaal in België]

(4b) Op vrijdagavond kijk ik graag languit op de sofa naar een spannende film.

In Nederland worden ook vaak de woorden stoel (voor één persoon) en bank (voor meerdere personen) gebruikt voor een dergelijk zitmeubel. Dat gebruik is standaardtaal in Nederland.

(1c) Oma zit nog het liefst de hele dag in haar stoel voor het raam. [standaardtaal in Nederland]

(4c) Op vrijdagavond kijk ik graag languit op de bank naar een spannende film. [standaardtaal in Nederland]

Zetel wordt in Nederland alleen gebruikt voor het gestoelte of de troon van een koning of koningin.

(5) Tijdens zijn inhuldiging nam de koning plaats op de zetel van zijn overgrootmoeder koningin Wilhelmina.

Stoel en bank worden in het hele taalgebied ook gebruikt voor harde zitmeubels van bijvoorbeeld hout of metaal.

(6) Wij bieden een eiken tafel en vier stoelen te koop aan.

(7) Zodra het meer dan 15 graden is, eet ik mijn lunch op een bank in het park.

In de standaardtaal in België wordt zetel ook geregeld gebruikt voor een zitplaats in een voertuig (vooral auto en vliegtuig). Standaardtaal in het hele taalgebied zijn bijvoorbeeld stoel, autobank, achterbank.

(8a) Ook vliegtuigzetels hebben gordels. [standaardtaal in België]

(8b) Ook vliegtuigstoelen hebben gordels.

(9a) De achterzetel van je auto mag weleens gestofzuigd worden. [standaardtaal in België]

(9b) De achterbank van je auto mag weleens gestofzuigd worden.

(10a) De nieuwe hogesnelheidstrein heeft erg comfortabele zetels. [standaardtaal in België]

(10b) De nieuwe hogesnelheidstrein heeft erg comfortabele stoelen.

Bijzonderheid

Zetel is standaardtaal in het hele taalgebied in de betekenis 'plaats waar een instelling of bedrijf gevestigd is' en 'lidmaatschap van een volksvertegenwoordiging of bestuursorgaan'. In die laatste betekenis wordt in de standaardtaal in België ook zitje gebruikt. Zitje is informeler dan zetel.

(11) Het bedrijf heeft zijn hoofdzetel sinds kort in België.

(12) Hoeveel zetels heeft die partij in het parlement?

(13) Bij de vorige verkiezingen behaalde de partij sp.a vier zitjes meer. [standaardtaal in België]

Zie ook

Living / zitkamer / huiskamer / woonkamer
Salon / woonkamer / zitkamer
Zetelen / zitting hebben

Bronnen

VRT.Taalnet. Zetel. Geraadpleegd op 30 april 2013 via http://www.vrt.be/taal/zetel.

Naslagwerken

 

zetel

stoel

bank

Grote Van Dale (2005)

5 (alg.Belg.N.) luie stoel, syn. fauteuil; ook in toepassing op een stoel of zitplaats in auto of vliegtuig

1 zetel voor één persoon, gewoonlijk van een rugleuning en van poten voorzien

1 smal, lang zitmeubel op poten, bestemd voor meer dan één persoon, met rugleuning en meestal met armleuningen (…) 3 (als deel van een ameublement) dwarse sofa met dikke, verende bekleding

Van Dale Hedendaags Nederlands (2006)

1 (Belg.) zitplaats, stoel (in een auto, vliegtuig, bioscoop enz.) 2 (Belg.) leunstoel, fauteuil, luie stoel

1 zitmeubel voor één persoon, van een rugleuning en van poten voorzien

1 zitmeubel voor twee of meer personen

Koenen (2006)

1 zitplaats, stoel, troon

1 draagbare zetel voor één persoon, van verschillende vorm

1 lange, smalle zetel voor meer dan één persoon

Woordenboek Correct Taalgebruik (2004), p. 326

[wordt afgekeurd] 1) (zitmeubel voor 1 persoon) fauteuil, armstoel, luie stoel; (zitmeubel voor meerdere personen) bank, zitbank, sofa; (zitplaats voor 1 persoon in auto, trein, tram, bus, vliegtuig …) stoel; (zitplaats voor meerdere personen in auto, trein, tram, bus …) bank, voorbank, achterbank

-

-

Correct Taalgebruik (2006), p. 319

Als benaming voor een zitplaats is 'zetel' in Nederland ongebruikelijk, behalve dan in de wending: zich uit zijn zetel verheffen. (…) In België is zetel in de betekenis zitplaats evenwel heel gewoon. Er is geen bezwaar tegen het gebruik ervan.

-

-

Taalwijzer (2000), p. 387

[bij zetel, wordt afgekeurd] Niet te verwarren met *fauteuil, luie stoel

[bij fauteuil] niet te verwarren met *zetel; een fauteuil is een gemakkelijk zitmeubel, syn. armstoel, luie stoel

-

-

Stijlboek VRT (2003), p. 276

Bruikbaar Belgisch Nederlands voor: fauteuil, luie stoel, armstoel, bank; (voor)stoelen, achterbank. De zetel van een maatschappij of van een regering is de plek waar ze gevestigd is. Een persoon kan ook een zetel in de gemeenteraad of het bestuur hebben.

-

-

Vlaams-Nederlands woordenboek (2003)

luie stoel, fauteuil, armstoel, bank, autostoel, vliegtuigstoel

-

-

Het Witte Woordenboek Nederlands (2007)

3 vooral BN, in N-Nederland vero stoel 4 BN fauteuil, luie stoel, armstoel

1 zitmeubel voor één persoon

1 lang zitmeubel dat plaats biedt aan twee of meer personen

Prisma Handwoordenboek Nederlands (2009)

3 BN fauteuil, luie stoel, armstoel

 

Vooral NN lang zitmeubel dat plaats biedt aan twee of meer personen