Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Opzet (de / het)

Vraag

Is het de opzet of het opzet?

Antwoord

Beide zijn mogelijk. In Nederland wordt meestal de opzet gebruikt, in België het opzet. In de betekenis 'negatieve intentie, opzettelijkheid' is in Nederland zowel de opzet als het opzet gangbaar.

Toelichting

Het zelfstandig naamwoord opzet wordt in verschillende betekenissen gebruikt. In de betekenis 'het op touw zetten, organiseren van iets' en 'de wijze van organiseren' wordt opzet in Nederland als de-woord en in België als het-woord gebruikt.

(1a) De opzet van de bolbloemenshow is gewijzigd, omdat de bezoekersaantallen de afgelopen jaren sterk gedaald waren. (in Nederland)

(1b) Het opzet van de bolbloemenshow is sterk gewijzigd, omdat de bezoekersaantallen de afgelopen jaren sterk gedaald waren. (in België)

Ook in de betekenis 'bedoeling, voornemen, intentie' wordt opzet in Nederland hoofdzakelijk met de en in België met het gecombineerd.

(2a) We zijn geslaagd in de opzet om alternatieve energiemogelijkheden onder de aandacht te brengen. (in Nederland)

(2b) We zijn geslaagd in het opzet om alternatieve energiemogelijkheden onder de aandacht te brengen. (in België)

(3a) De opzet is om het lager en middelbaar onderwijs beter op elkaar af te stemmen. (in Nederland)

(3b) Het opzet is om lager en middelbaar onderwijs beter op elkaar af te stemmen. (in België)

Als in de betekenis van 'intentie' ook een negatief aspect (opzettelijkheid) vervat zit, kan opzet ook in Nederland een het-woord zijn, met name in de vaste combinaties (met) kwaad opzet en (met) boos opzet. Dat blijkt uit het feit dat het bijvoeglijk naamwoord kwaad of boos dan onverbogen blijft. Daarnaast komt ook (met) kwade/boze opzet voor in Nederland. In België blijft het bijvoeglijk naamwoord doorgaans onverbogen: kwaad opzet, boos opzet.

(4a) Misschien is het niet met kwaad opzet gebeurd. (in België en Nederland)

(4b) Misschien is het niet met kwade opzet gebeurd. (in Nederland)

(5a) We konden helaas niet bewijzen dat er boos opzet in het spel was. (in België en Nederland)

(5b) We konden helaas niet bewijzen dat er boze opzet in het spel was. (in Nederland)

In de vaste combinatie met opzet blijft het lidwoord achterwege.

(6) Ik heb de planten echt niet met opzet laten verdorren.

Bronnen

Hendrickx, R. Opzet. Geraadpleegd 5 mei 2012 via http://www.vrt.be/taal/opzet.

Naslagwerken

 

de opzet

het opzet

Grote Van Dale (2005)

5 het op-touw-zetten van iets, of de wijze waarop dit geschiedt: de opzet van de organisatie; de opzet van de begroting, het opzetten, ineenzetten ervan; de eerste opzet van een schilderij; - bedoeling, intentie: de opzet was de stad voor de avond te verlaten, het beoogde doel

1 (vaak ongunstig) bedoeling, voornemen, plan: zijn opzet is mislukt, een opzet maken, smeden, doorzetten; met het opzet om –, zich voorgenomen hebbende

Van Dale Hedendaags Nederlands (2006)

plan voor de organisatie van iets

1 dat wat men beraamt, syn. bedoeling

Verschueren (1996)

het op touw zetten, beginnen van iets

wat men opzet, beraamd plan, bedoeling, toeleg

Koenen (2006)

het op touw zetten van iets; de wijze waarop dat gebeurt

toeleg, plan, voornemen

Taalwijzer (2000), p. 248

De opzet is inz. de manier waarop iets op touw is gezet, geregeld.

Het opzet is syn. met opzettelijkheid. Het geeft aan dat iem. iets al of niet opzettelijk, expres doet.

Stijlboek VRT (2003), p. 183

Opzet is doorgaans een de-woord in de betekenis van 'plan'. De opzet van het onderzoek werd uitvoerig toegelicht.

Het opzet is negatief en impliceert vaak opzettelijkheid.

Het Witte Woordenboek Nederlands (2007)

1 het op touw zetten, het plannen, organiseren; de wijze waarop men dit doet

plan

Prisma Handwoordenboek Nederlands (2009)

1 het op touw zetten, het plannen, organiseren; de wijze waarop men dit doet

plan