Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Roma (Wat is het enkelvoud van - ?)

Vraag

Wat is het enkelvoud van Roma?

Antwoord

Roma is een meervoudig woord, een verzamelnaam voor verschillende groepen zigeuners. De enkelvoudsvorm is Rom. Ook kan in het enkelvoud een samenstelling met Roma gebruikt worden of het bijvoeglijk naamwoord Roma: een Romavrouw of een Roma vrouw.

Toelichting

Roma is een meervoudig woord; het is een verzamelnaam voor bepaalde groepen zigeuners.

(1) Onder verschillende regimes zijn Roma vervolgd.

(2) Sommige Roma hebben zich hier als ondernemer gevestigd.

(3) De laatste decennia zijn veel Roma vanuit Oost-Europa naar West-Europa gekomen.

Roma is in de taal van de Roma (het Romani of Romanes) het meervoud van Rom, dat 'mens' of 'echtgenoot' betekent. In het Nederlands kan Rom voor zowel mannen als vrouwen gebruikt worden als enkelvoudsvorm. Verder kan een omschrijving met het bijvoeglijk naamwoord Roma (zin (5) en (6)) of een samenstelling met Roma (zin (7)) gebruikt worden.

(4) Die zanger is een Rom.

(5) Ze weten niet precies of zij Roma is.

(6) Ze is met een Roma man getrouwd.

(7) De meeste Romavrouwen dragen geen traditionele kleding meer.

Bijzonderheid

Het meervoud Roma's is niet correct.

In België wordt soms onderscheid gemaakt tussen Roma en Roms. Met Roms worden dan de groepen bedoeld die in de negentiende eeuw naar België kwamen, terwijl Roma gebruikt wordt voor zigeuners die na de Tweede Wereldoorlog zijn gekomen. Buiten België wordt dit onderscheid niet gemaakt.

Zie ook

Eskimo, indiaan (hoofdletter?)
Taliban wint / winnen terrein (de -)

Bronnen

Bakker, P. (2001). Romanes. In Guus Extra en Jan Jaap de Ruiter (red.), Babylon aan de Noordzee. Nieuwe talen in Nederland (p. 212-231). Amsterdam: Bulaaq.

Onze Taal (2011). Vraag en antwoord. Onze Taal, 80, nr. 6, 169.

VRT Taalnet. Roma. Geraadpleegd op 17 april 2012 via http://www.vrt.be/taal/roma.

Nederlands Instituut Sinti en Roma (NISR)

Vlaamse Vereniging voor Voyageurs, Roms, Roma en Manoesjen (VROEM)

Naslagwerken

Grote Van Dale (2005); Koenen (2006); Van Dale Hedendaags Nederlands (2006); Verschueren (1996); Van Dale Taalhandboek Nederlands (2011), p. 151