Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Hen / hun (ik heb - gemaild)

Vraag

Is het Ik heb hen gemaild of Ik heb hun gemaild?

Antwoord

Beide mogelijkheden zijn juist. Als mailen wordt gebruikt in de betekenis 'een mailbericht sturen', is Ik heb hun gemaild correct. Heeft mailen de betekenis 'via mail informeren', dan kan het met hen gecombineerd worden.

Toelichting

De traditionele schoolregel maakt voor het gebruik van hen en hun een onderscheid naargelang van de zinsdeelfunctie: hen als het een lijdend voorwerp betreft en na een voorzetsel, hun in andere gevallen.

Bij het werkwoord mailen is zowel een lijdend als een meewerkend voorwerp mogelijk. Vaak wordt dit werkwoord gecombineerd met een lijdend voorwerp (datgene wat wordt gemaild). Daarnaast kan er ook een meewerkend voorwerp bij staan (degene aan wie iets via mail wordt doorgegeven).

(1) We hebben hun alle relevante informatie gemaild.

(2) Wil je hun mijn antwoord ook nog even mailen?

Maar ook degene aan wie de mail gestuurd wordt, kan het lijdend voorwerp zijn. Mailen betekent dan 'iemand via mail informeren'.

(3a) Sommigen hebben we via een brief ingelicht, maar hen hebben we gemaild.

(4a) Heb je hen al gemaild?

(5a) Toen ik het hoorde, heb ik hen meteen gemaild.

In deze zinnen is het meewerkend voorwerp hun echter eveneens correct, omdat het ook hier mogelijk is om mailen op te vatten in de betekenis 'een mailbericht sturen'.

(3b) Sommigen hebben we via een brief ingelicht, maar hun hebben we gemaild.

(4b) Heb je hun al gemaild?

(5b) Toen ik het hoorde, heb ik hun meteen gemaild.

Overigens is ook Ik heb ze gemaild mogelijk, als er geen nadruk op het voornaamwoord nodig is. Ze kan zowel hun als hen vervangen.

(6) We hebben ze alle relevante informatie gemaild.

(7) Toen ik het hoorde, heb ik ze meteen gemaild.

Ook enkele andere werkwoorden die een manier van communiceren uitdrukken, zoals berichten, sms’en en toeroepen, kunnen zowel met een meewerkend voorwerp (hun) als een lijdend voorwerp (hen) gecombineerd worden.

Zie ook

Hen / hun (algemeen)
Hen / hun (dat maakt - niet uit)
Hen / hun (de laatste maanden zijn - de vreselijkste dingen overkomen)
Hen / hun (het interesseert -)
Hen / hun (het ontgaat -)
Hen / hun (ik heb - op de vingers getikt)
Hen / hun (we zijn - verregaand tegemoetgekomen)
Hen, hun / ze (verwijzing naar personen)
Hen, hun / ze (verwijzing naar zaken)

Bronnen

Onze Taal. Hun / hen. Geraadpleegd op 23 maart 2012 via http://www.onzetaal.nl/taaladvies/advies/hun-hen.

Naslagwerken

ANS (1997), p. 247-248 of online via de E-ANS, Grote Van Dale (2005)