Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Evident / vanzelfsprekend

Vraag

Is evident correct gebruikt in de volgende zin: Het is niet evident om als Franstalige een vergadering in het Nederlands te leiden?

Antwoord

Ja, maar evident in de betekenis 'vanzelfsprekend' of 'eenvoudig' is alleen standaardtaal in België. Standaardtaal in het hele taalgebied is bijvoorbeeld het is niet vanzelfsprekend, het is niet eenvoudig of het ligt niet voor de hand.

Toelichting

Evident heeft in de standaardtaal in het hele taalgebied de betekenis 'zeer duidelijk, zonneklaar, onmiskenbaar'.

(1)  Er zitten wellicht meer dan honderd mensen langdurig onschuldig vast, niet zelden omdat er evidente fouten zijn gemaakt.

(2)  We zullen nagaan of de beslissing niet evident onredelijk is.

(3)  Een evident voordeel van pilgebruik is de regelmatiger cyclus.

In de standaardtaal in België wordt evident hoofdzakelijk in een andere betekenis gebruikt: 'vanzelfsprekend, voor de hand liggend' of 'gemakkelijk, eenvoudig'. Vaak wordt evident dan in combinatie met niet of geen gebruikt. In Nederland is die betekenis van evident onbekend.

(4)  Als echtpaar elke dag samenwerken is niet evident. [standaardtaal in België]

(5)  Overal spaarlampen gebruiken is een evidente manier om energie te besparen. [standaardtaal in België]

(6)  Voltijds thuis blijven om voor de kinderen te zorgen is voor veel vrouwen geen evidente keuze meer. [standaardtaal in België]

(7)  Dit is geen evidente opdracht, maar we zullen ons best doen. [standaardtaal in België]

Zie ook

Het spreekt voor zich / voor zichzelf / vanzelf

Bronnen

Hendrickx, R. Evident. Geraadpleegd op 20 december 2012 via http://www.vrt.be/taal/evident-0.

Naslagwerken

 

evident

Grote Van Dale (2005)

1 zeer duidelijk, in het oog springend, geen bewijs behoevend, syn. zonneklaar, klaarblijkelijk: evidente fouten, verschillen 2 (Belg.N., niet alg.) (meestal in verb. met niet) voor de hand liggend, syn. makkelijk

Van Dale Hedendaags Nederlands (2006)

1 zeer duidelijk 2 gemakkelijk, voor de hand liggend, vanzelfsprekend (vaak met niet of minder)

Koenen (2006)

bn, bw duidelijk, klaarblijkelijk, zonneklaar; in het oog springend

Woordenboek Correct Taalgebruik (2004), p. 80

[wordt afgekeurd] dat is niet -, vanzelfsprekend

Stijlboek VRT (2003), p. 85

Evident betekent: zonneklaar, overduidelijk, onmiskenbaar.

Die bewering is evident onjuist.

Niet gebruiken voor: gemakkelijk, voor de hand liggend, vanzelfsprekend.

Vlaams-Nederlands woordenboek (2003)

In België ook: vanzelfsprekend, voor de hand liggend

Het Witte Woordenboek Nederlands (2007)

Bn zeer duidelijk, klaarblijkelijk, in 't oog springend: een evidente vergissing

Prisma Handwoordenboek Nederlands (2009)

Bn zeer duidelijk, klaarblijkelijk, in 't oog springend: een evidente vergissing