Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Procent (een halve / half -)

Vraag

Wat is juist: een halve procent of een half procent?

Antwoord

Een halve procent en een half procent zijn beide juist.

Toelichting

Procent is volgens de woordenboeken een het-woord. In de praktijk wordt procent echter steeds meer ook als de-woord gebruikt. In België is dat vaker het geval dan in Nederland.

Als procent wordt voorafgegaan door het telwoord half of anderhalf, wordt dat verbogen volgens de verbuigingsregels van bijvoeglijke naamwoorden. Als procent wordt opgevat als het-woord, worden anderhalf en half alleen verbogen als ze voorafgegaan worden door het, dit, dat, een bezittelijk voornaamwoord of een vooropgeplaatste genitief. In de praktijk zien we echter dat ook in die gevallen het telwoord vaak onverbogen blijft. Dat gebruik is eveneens correct.

(1a) Jonge gezinnen krijgen voortaan een half procent korting op de rentevoet voor hypothecaire leningen.

(2a) Deze week kwam de rente al op het historisch lage niveau van anderhalf procent.

(3a) Dat anderhalve procent extra aandelen lijkt te volstaan voor de aandeelhouders.

(3b) Dat anderhalf procent extra aandelen lijkt te volstaan voor de aandeelhouders.

Als procent wordt opgevat als de-woord, worden half en anderhalf altijd verbogen.

(1b) Jonge gezinnen krijgen voortaan een halve procent korting op de rentevoet voor hypothecaire leningen.

(2b) Deze week kwam de rente al op het historisch lage niveau van anderhalve procent.

(3c) Die anderhalve procent extra aandelen lijkt te volstaan voor de aandeelhouders.

Voor percent geldt hetzelfde als voor procent: zowel een half percent als een halve percent is correct.

Zie ook

Verbogen / onverbogen bijvoeglijk naamwoord zonder betekenisverschil (algemeen)
Woordgeslacht (algemeen)

Cluster (de / het -)
Deken (het / de -)
Idee (de / het -)
Matras (het / de -)
Modem (de / het -)
Nuclide (de / het -)
Thuis (een goede / goed -)

Naslagwerken

Grote Van Dale (2005); Van Dale Hedendaags Nederlands (2006); Koenen (2006); Het Witte Woordenboek Nederlands (2007); Prisma Handwoordenboek Nederlands (2009)