Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Wie / die (de man - me begroette)

Vraag

Is de man wie correct in de volgende zin: De man wie me daarnet begroette, is m'n buurman?

Antwoord

Nee, de man wie is niet correct in deze zin. Correct is: De man die me daarnet begroette, is m'n buurman.

Toelichting

Als een betrekkelijk voornaamwoord naar personen verwijst en in de bijzin de functie van onderwerp, lijdend voorwerp of naamwoordelijk deel van het gezegde heeft, gebruiken we in principe altijd die. In Nederland wordt door sommige taalgebruikers hier het betrekkelijk voornaamwoord wie na het antecedent gebruikt, maar dat is niet correct.

(1) De journalist die schoenen naar de president gooide, komt vervroegd vrij.

(2) Door haar opvallende uitspraken is ze iemand die we ons nog lang zullen herinneren.

(3) Hij maakt zich zorgen over z'n collega wie ze gisteren ontslagen hebben. (uitgesloten)

(4) Zou jij kunnen samenleven met iemand wie heel andere interesses heeft dan jij? (uitgesloten)

Alleen als het betrekkelijk voornaamwoord de functie van meewerkend voorwerp heeft, is wie ook mogelijk. Toch is het in die gevallen gebruikelijker om die, of een voorzetsel + wie te gebruiken.

(5a) De leraar wie ik het boek heb gegeven, is nu met pensioen.

(5b) De leraar die ik het boek heb gegeven, is nu met pensioen.

(5c) De leraar aan wie ik het boek heb gegeven, is nu met pensioen.

Wie wordt ook gebruikt als betrekkelijk voornaamwoord met ingesloten antecedent, om naar personen in het algemeen te verwijzen. Het antecedent kan steeds expliciet gemaakt worden door middel van de voornaamwoorden hij of zij (in algemene zin gebruikt), iedereen, ieder, allen, degene, iemand enzovoort, gevolgd door die.

(6a) Wie vandaag een nieuwe auto bij ons koopt, krijgt tien procent korting.

(6b) Iedereen die vandaag een nieuwe auto bij ons koopt, krijgt tien procent korting.

(7a) Wie slecht is in talen, is vaak wel goed met cijfers.

(7b) Iemand die slecht is in talen, is vaak wel goed met cijfers.

Zie ook

Dat / wat (alles -)
Die / wie (de man - ik het boek gaf)
Waarmee / met wie (de mensen - ik samenwerk)

Naslagwerken

ANS (1997), p. 332-336 of online via de E-ANS en online en online); Geschiedenis van het Nederlands in de twintigste eeuw (1999), p. 175