Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Luxe / luxueuze woonkeuken

Vraag

Is het een luxe woonkeuken of een luxueuze woonkeuken?

Antwoord

Beide zijn correct. Luxe kan gebruikt worden als bijvoeglijk naamwoord en is dan een synoniem van luxueus.

Toelichting

Luxe kan in het Nederlands als een zelfstandig naamwoord (zie (1)) of als bijvoeglijk naamwoord (zie (2)) gebruikt worden. Het bijvoeglijk naamwoord luxe kan ook de functie van bijwoord (zie (3)) hebben.

(1) Onze grootouders zijn veel minder luxe gewend dan wij.

(2) In ons luxe hondenhotel vindt u de perfecte opvang voor uw hond tijdens uw vakantie.

(3) Ik heb zin om eens luxe uit eten te gaan.

Als bijvoeglijk naamwoord is luxe een synoniem van luxueus. Het gebruik van luxe als bijvoeglijk naamwoord komt vaker in Nederland dan in België voor.

(4) Surf naar onze site voor luxe vakantiehuizen in heel Frankrijk.

(5) Voor zijn tv-optreden ging hij eerst uitgebreid shoppen bij een luxueuze herenkledingwinkel.

De vergrotende en overtreffende trap van luxe zijn luxer en meest luxe. Die vormen zijn weinig gebruikelijk in België.

(6) Dit is echt de meest luxe hotelkamer die ik ooit gezien heb.

Bijzonderheid

De combinatie van luxe en een zelfstandig naamwoord wordt in de praktijk vaak als een samenstelling opgevat, wat blijkt uit het aan elkaar schrijven of het gebruik van een koppelteken. Enkele voorbeelden: luxehotel, luxeappartement, luxeartikel, luxeauto, luxebroodje, luxe-editie, luxegoederen, luxehut, luxe-industrie, luxeleven, luxeprobleem.

Deze samenstellingen hebben één hoofdklemtoon, op luxe. Als luxe als bijvoeglijk naamwoord los voor het volgende woord staat, hebben beide woorden een klemtoon.

Zie ook

Lux(e) hotel (uitspraak)

Naslagwerken

 

luxe

Grote Van Dale (2005)

(bn.; luxer, meest -) luxueus, weelderig, var. lux: zijn vrouw is geneigd luxere dingen te kopen; luxer gaan leven; hij leidt een lux(e) leventje; - ook als eerste lid in samenst. Als de volgende, ter aanduiding dat het in het tweede lid genoemde (niet zozeer nuttig als wel) luxueus is: luxebakkerij, luxeboot, luxedoos, luxehond, luxehotel

Van Dale Hedendaags Nederlands (2006)

[bn., ~r, meest ~] 1 luxueus, niet direct nodig maar wel prettig of comfortabel

Verschueren (1996)

II bn. en bw. (-r, meest -) weelderig, met of getuigend van weelde, een - prijs; een huis - inrichten

Koenen (2006)

II bn, bw -r, meest - luxueus: + cabines; de nieuwe auto is van binnen ~r dan welke auto ook in zijn klasse luxueuzer

Taalwijzer (2000), p. 206

Kan zowel adj. Als bijw. zijn in de betekenis van luxueus, weelderig, al vindt Apeldoorn van niet. (…) De meeste mensen hebben wel kleren en eten, maar elk luxe randje is verdwenen (VK 09-10-96). De Hema was tenslotte nooit een luxe winkelpaleis als de Bijenkorf (HT 11-10-96).

Het Witte Woordenboek Nederlands (2007)

II bn luxueus, weelderig: een ~ badkamer; ~uit eten gaan

Prisma Handwoordenboek Nederlands (2009)

II bn luxueus, weelderig: een ~ badkamer; ~ uit eten gaan