Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Globaal / mondiaal

Vraag

Wat is juist: De zeespiegelstijging is een globaal probleem of De zeespiegelstijging is een mondiaal probleem?

Antwoord

Het duidelijkst is: De zeespiegelstijging is een mondiaal probleem. Globaal kan net als mondiaal 'wereldwijd' betekenen, maar daarnaast betekent globaal ook 'algemeen, niet gepreciseerd'. Zinnen met globaal kunnen daardoor dubbelzinnig zijn.

Toelichting

Van oorsprong betekent globaal in het Nederlands 'algemeen, niet gepreciseerd'. Onder invloed van het Engelse global heeft het er de betekenis 'wereldwijd' bij gekregen.

Toch kan het gebruik van het woord globaal tot misverstanden leiden, omdat veel mensen bij globaal niet in eerste instantie aan de betekenis 'wereldwijd' denken.

(1) Op de conferentie zijn globale afspraken gemaakt over armoedebestrijding.

(2) Het kledingmerk gebruikt globaal dezelfde televisiereclames.

Zin (1) kan betekenen dat er afspraken zijn gemaakt die over de hele wereld gelden, maar ook dat er algemene, niet precies uitgewerkte afspraken zijn gemaakt. Die betekenissen verschillen sterk van elkaar. Zin (2) kan betekenen dat het kledingmerk ongeveer dezelfde reclames gebruikt, of wereldwijd dezelfde reclames. Ook van deze zin is de betekenis daarom niet duidelijk.

Mondiaal heeft maar één betekenis, namelijk 'wereldwijd', of uitgebreider gezegd: 'over de hele wereld verspreid, zich voordoend, bekend enzovoort, de hele wereld betreffend'. In tegenstelling tot globaal levert mondiaal dus geen interpretatieproblemen op.

Bijzonderheid

Het woord globalisering ('mondialisering') is wel eenduidig, net als antiglobalisme ('verzetsbeweging tegen mondialisering').

Zie ook

Globaal (inkomen)

Bronnen

Onze Taal. Globaal / mondiaal. Geraadpleegd op 18 augustus 2010 via http://onzetaal.nl/taaladvies/advies/globaal-mondiaal.

VRTtaal.net. Globaal. Geraadpleegd op 18 augustus 2010 via http://vrttaal.net/taaldatabanken_master/taalkwesties/g-gz/tk-g0067.shtml.

Naslagwerken

Grote Van Dale (2005); Trouw Schrijfboek (2006), p. 295; Het Witte Woordenboek Nederlands (2007)