Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Jongste / laatste (de – tijd)

Vraag

Wat is correct: De jongste tijd of de laatste tijd zijn er veel ontslagen gevallen?

Antwoord

Het gebruik van jongste in deze constructie is standaardtaal in België. Standaardtaal in het hele taalgebied is de laatste tijd of de afgelopen tijd.

Toelichting

Jongste (in de betekenis 'recent', 'afgelopen') wordt in België gebruikt in tijdsaanduidingen zoals de jongste maanden. Zulke combinaties behoren tot de standaardtaal in België.

(1a) De jongste tijd houdt hij zich niet alleen met politiek maar ook met schrijven bezig. [standaardtaal in België]

(2a) De jongste drie jaar steeg het aantal kleuters in onze school met liefst 25 procent. [standaardtaal in België]

(3a) De beurzen weten de jongste weken niet goed welke richting te kiezen. [standaardtaal in België]

In de standaardtaal in het hele taalgebied wordt laatste, voorbije, afgelopen gebruikt.

(1b) De laatste tijd houdt hij zich naast de politiek ook met schrijven bezig.

(2b) De afgelopen drie jaar steeg het aantal kleuters in onze school met liefst 25 procent.

(3b) De beurzen weten de voorbije weken niet goed welke richting te kiezen.

In combinaties als het jongste boek van die auteur ('het nieuwste, meest recente boek'), zijn jongste bijdrage enzovoort is jongste wel standaardtaal in het hele taalgebied.

(4) In zijn jongste boek betoogt professor Eyskens uitdagend dat er geen economische problemen zijn.

Zie ook

Afgelopen / verleden / vorige week
Laatste / jongste nummer
Sinds drie dagen
Vier eerste / eerste vier

Bronnen

VRT.Taalnet. Jongste / laatste. Geraadpleegd op 11 mei 2010 via http://www.vrt.be/taal/jongste-laatste.

Naslagwerken

 

jongste

Grote Van Dale (2005)

[bij jong] (bn.; -er, -st) (…) 8 nog niet lang bestaand (…) (in de overtreffende trap) meest recent, syn. laatst: in de jongste veldslag zijn vele officieren gesneuveld; de jongste berichten zijn niet verontrustend

Van Dale Hedendaags Nederlands (2006)

[bij jong] [bn., ~er, ~st] (…) 2 nog maar kort als zodanig bestaand, fungerend, syn. recent (…) de jongste berichten

Verschueren (1996)

[bij jong] I. bn. en bw. (-er, -st) (…) 7. nog niet lang tot stand gekomen of bekend, uit de latere, nieuwere, nieuwste tijd: de -ste berichten (…); de –ste geschiedenis

Koenen (2006)

[bij jong] (…) 7 later in de tijd: de ~ste berichten laatste

Woordenboek Correct Taalgebruik (2004), p. 130

[wordt afgekeurd] (in tijdsaanduidingen) de –e tijd, de laatste tijd. – wel: de –e berichten, het –e werk van een schrijver

Taalwijzer (2000), p. 177

Jongste en laatste zijn syn. als men bedoelt: wat het laatste, recentste in een rij is (idem voor jongst- en laatstleden). Er zijn de jongste jaren goede resultaten bereikt.

Stijlboek VRT (2003), p. 130

[bij jongste / laatste] Het jongste boek van een schrijver is dat wat hij het meest recentelijk heeft geschreven, zijn nieuwste boek. Het laatste boek is zijn allerlaatste boek, maar kan ook verwijzen naar zijn nieuwste. Vermijd dubbelzinnigheid.
Bij tijdsaanduidingen is laatste gebruikelijk: de laatste weken, de laatste tijd.

Vlaams-Nederlands woordenboek (2003)

[bij jong] (bn. en bw.) (…)  de jongste tijd/weken/maanden/jaren, de laatste tijd/weken/maanden/jaren

Het Witte Woordenboek Nederlands (2007)

bn overtreffende trap van

-> jong; BN laatst (als tijdsaanduiding): de jongste maanden, de jongste tijd

Prisma Handwoordenboek Nederlands (2009)

[bij jong] I bn niet oud, jeugdig; van de laatste tijd