Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Vlakbij / vlak bij de school

Vraag

Wat is correct: Ze wonen vlakbij de school of Ze wonen vlak bij de school?

Antwoord

Correct is: Ze wonen vlak bij de school.

Toelichting

Tussen een bijwoord (bijvoorbeeld vlak) en een voorzetsel (bv. bij) komt een spatie als erna een zelfstandignaamwoordgroep (bv. de school, de wielrenner) volgt waarmee het voorzetsel een geheel vormt.

(1a) Ze wonen vlak bij de school.

(2a) Er reed een motorrijder vlak achter de wielrenner.

(3a) Jimmy zoekt een huis dicht bij zijn werk.

(4a) We stonden midden in de massa naar het optreden te kijken.

(5a) Mag je een volwassen persoon meenemen achter op je fiets?

De reden hiervoor is dat bij de school, achter de wielrenner, in de massa enzovoort voorzetselgroepen zijn, en dat het bijwoord (vlak, dicht, midden, achter) daar een specificatie bij vormt: het bijwoord kan hier worden weggelaten zonder dat de zin ongrammaticaal wordt.

(1b) Ze wonen bij de school.

(2b) Er reed een motorrijder achter de wielrenner.

(3b) Jimmy zoekt een huis bij zijn werk.

(4b) We stonden in de massa naar het optreden te kijken.

(5b) Mag je een volwassen persoon meenemen op je fiets?

Vlakbij, dichtbijachterop, middenin, onderin enzovoort kunnen ook als bijwoorden van plaats gebruikt worden; ze vormen dan op zichzelf een zinsdeel. Bijwoorden worden aan elkaar geschreven.

(6) Ze wonen vlakbij.

(7) Hij zoekt een huis dichtbij.

(8) Middenin zit het klokhuis.

(9) Achterop zit je niet altijd comfortabel.

Bijzonderheid

Soms kan de combinatie van een bijwoord en een voorzetsel twee betekenissen hebben. Een zin als De T-shirts liggen boven in de kast kan betekenen: 'ze liggen op een van de bovenste planken van de kast' of 'ze liggen op een hogere verdieping van het huis in een kast'.

Zie ook

Woordgroep of samenstelling? (Leidraad 6.8)

Boven aan de brief / bovenaan de brief

Naslagwerken

Woordenlijst (2015); Grote Van Dale (2015); Van Dale Hedendaags Nederlands (2006); Taalbaak; Onze Taal