Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Uitklaren / ophelderen

Vraag

Wat is correct: De leraar was opgelucht dat de zaak snel uitgeklaard was of De leraar was opgelucht dat de zaak snel opgehelderd was?

Antwoord

Uitklaren is standaardtaal in België. Ophelderen is standaardtaal in het hele taalgebied.

Toelichting

In België wordt het werkwoord uitklaren frequent gebruikt in de betekenissen 'duidelijk(er) maken', 'duidelijk(er) worden', 'ophelderen' en 'oplossen'. Dat gebruik is standaardtaal in België.

(1) Het dispuut tussen het theatergezelschap en de schepen van Cultuur is uitgeklaard. [standaardtaal in België]

(2) Het nieuwe plan is een stap in de goede richting, maar er moeten nog enkele zaken uitgeklaard worden. [standaardtaal in België]

(3) Gelukkig werd het misverstand snel uitgeklaard. [standaardtaal in België]

Standaardtaal in het hele taalgebied zijn ophelderen, oplossen, duidelijk(er) maken, transparant(er) maken, duidelijk(er) worden en transparant(er) worden.

(4) Pas toen alle partijen rond de tafel zaten, werd de situatie duidelijk.

(5) Een dieper onderzoek moet duidelijk maken of we hem moeten ontslaan.

(6) Uiteindelijk biechtte de bewaker zijn domme daad op en werd het misverstand opgehelderd/opgelost.

Bijzonderheid

Uitklaren is standaardtaal in het hele taalgebied in de betekenis 'bij vertrek naar het buitenland aangifte doen van goederen bij de douane'.

(7) De douane is verantwoordelijk voor het in- en uitklaren van goederen.

In België wordt uitklaren ook gebruikt in de betekenis '(van het weer) opklaren', ook door standaardtaalsprekers. Toch is er een niet te verwaarlozen groep taalgebruikers die dat gebruik afkeurt. Het is daarom vooralsnog niet duidelijk of (het weer) klaart uit tot de standaardtaal in België gerekend kan worden.

(8) Na een lange, regenachtige dag klaarde het eindelijk uit. (in België, status onduidelijk)

Naslagwerken

 

uitklaren

Grote Van Dale (2005)

2 (…) (Belg.N., niet alg.) duidelijk(er), transparant(er) worden 3 (…) (Belg.N., niet alg.) duidelijk(er), transparant(er) maken, syn. ophelderen (2), verhelderen (1), verklaren (4)

Van Dale Hedendaags Nederlands (2006)

[onov.ww.] 1 (Belg., niet alg.) duidelijker, transparanter worden
[ov.ww.] 2 (Belg., niet alg.) ophelderen, uitzoeken

Verschueren (1996)

[in deze betekenis niet opgenomen]

Koenen (2006)

[in deze betekenis niet opgenomen]

Kramers (2000)

[in deze betekenis niet opgenomen]

Woordenboek Correct Taalgebruik (2004), p. 284

[wordt afgekeurd] 2) duidelijk(er), transparant(er) worden; 3) duidelijk(er), transparant(er) maken, ophelderen, verhelderen, verklaren.

Vlaams-Nederlands woordenboek (2003)

iets uitklaren, iets ophelderen, verhelderen