Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Samentrekking van de persoonsvorm

Vraag

Is Het huis is vorige week opgeknapt, maar nog steeds onbewoonbaar een correcte zin?

Antwoord

Het is onduidelijk of deze zin als correct kan worden beschouwd. Zeker correct is: Het huis is vorige week opgeknapt, maar (het) is nog steeds onbewoonbaar.

Toelichting

In de zin Het huis is vorige week opgeknapt, maar nog steeds onbewoonbaar is in het tweede deel van de zin de persoonsvorm samengetrokken. De algemene regel voor samentrekking is dat de gemeenschappelijke delen gelijk moeten zijn in vorm, betekenis en plaats. Bij samentrekking op zinsniveau komt daar nog bij dat de grammaticale functie van de delen gelijk moet zijn. Volgens die regel is samentrekking van de persoonsvorm dus niet geoorloofd als het werkwoord in het ene deel als hulpwerkwoord en in het andere deel als koppelwerkwoord gebruikt wordt.

(1a) Het huis is vorige week opgeknapt, maar (-)(-) nog steeds onbewoonbaar. (status onduidelijk)

(2a) Mijn ouders zijn vorig jaar met pensioen gegaan en (-)(-) sindsdien erg gelukkig. (status onduidelijk)

(3a) De kunstenaar wordt dit jaar 65 en (-)(-) gelauwerd. (status onduidelijk)

In de zinnen (1a) en (2a) functioneren respectievelijk is en zijn in het eerste deel als hulpwerkwoord en in het tweede deel als (verzwegen) koppelwerkwoord. In (3a) functioneert wordt in het eerste deel als koppelwerkwoord en in het tweede deel als (verzwegen) hulpwerkwoord. Hoewel de persoonsvorm gelijk is in vorm en plaats, kan hij volgens de regel in deze zinnen dus niet worden samengetrokken. Veel taalgebruikers vinden de zinnen ongewoon klinken, maar vele anderen beschouwen dergelijke zinnen als correcte combinaties. Zulke zinnen komen in de praktijk bovendien vaak voor. Het is daarom niet duidelijk of dergelijke zinnen als correct kunnen worden beschouwd.

Ook in samengestelde zinnen waarin de persoonsvorm in het ene deel een zelfstandig werkwoord is, en in het andere een koppelwerkwoord, is samentrekking van de persoonsvorm niet geoorloofd volgens de algemene regel. Hoewel ook dit in de praktijk voorkomt, lijkt samentrekking in dergelijke zinnen nog minder acceptabel dan in de voorgaande gevallen.

(4a) De zoon van Kristiaan is doodziek, maar (-)(-) toch op het werk. (status onduidelijk)

(5a) Mijn collega's zijn in Londen en (-)(-) uitgeput. (status onduidelijk)

Het onderwerp kan in zulke zinnen wel worden samengetrokken. Het voldoet immers aan alle voorwaarden voor samentrekking: het komt overeen in vorm, betekenis en plaats.

(1b) Het huis is vorige week opgeknapt, maar (-) is nog steeds onbewoonbaar.

(2b) Mijn ouders zijn vorig jaar met pensioen gegaan en (-) zijn sindsdien erg gelukkig.

(3b) De kunstenaar wordt dit jaar 65 en (-) wordt gelauwerd.

(4b) De zoon van Kristiaan is doodziek, maar (-) is toch op het werk.

(5b) Mijn collega's zijn in Londen en (-) zijn uitgeput.

In de praktijk wordt het onderwerp in het tweede deel vaak vervangen door een persoonlijk voornaamwoord.

(1c) Het huis is vorige week opgeknapt, maar het is nog steeds onbewoonbaar.

(2c) Mijn ouders zijn vorig jaar met pensioen gegaan en ze zijn sindsdien erg gelukkig.

(3c) De kunstenaar wordt dit jaar 65 en hij wordt gelauwerd.

(4c) De zoon van Kristiaan is doodziek, maar hij is toch op het werk.

(5c) Mijn collega's zijn in Londen en ze zijn uitgeput.

Zie ook

Samentrekking (algemeen)

Hier zet men thee en over
Samentrekking bij inversie
Tantebetjeconstructie

Naslagwerken

ANS (1997), p. 1583 of online via de E-ANS