Wat is correct: de televisie aanzetten of de televisie opzetten?
De televisie aanzetten is standaardtaal, de televisie opzetten niet.
In de standaardtaal wordt het werkwoord aanzetten gebruikt in de betekenis 'een toestel of machine in werking zetten, op gang brengen'.
(1) Zal ik de radio even aanzetten voor het journaal?
(2) Telkens als we de verwarming aanzetten, wordt er CO2 geproduceerd.
(3) Er stond niet genoeg wind in de zeilen, we hebben daarom de motor maar aangezet.
In België komt een toestel opzetten ook vaak voor, maar dat gebruik is geen standaardtaal.
(4) Als ik me in de trein verveel, zet ik meestal mijn laptop op. (in België, geen standaardtaal)
De betekenis 'een toestel uitschakelen of stilzetten' kan in de standaardtaal uitgedrukt worden door de werkwoorden afzetten en uitzetten.
(5) Zodra je gedwongen wordt om langer dan een halve minuut te wachten, is het raadzaam om je motor af te zetten.
(6) Vergeet het fornuis niet uit te zetten na het koken.
Opzetten is wel correct in de betekenis 'draaien, laten afspelen'.
(7) Zal ik die folk-cd even opzetten?
(8) Johan heeft die film weer opgezet.
| opzetten | aanzetten | |
| Grote Van Dale (2005) | [in deze betekenis niet opgenomen] | 10 doen beginnen, in werking zetten, in beweging brengen, tgov. afzetten: de motor, de radio aanzetten, de kachel aanzetten |
| Van Dale Hedendaags Nederlands (2006) | [in deze betekenis niet opgenomen] | 3 inschakelen |
| Verschueren (1996) | [in deze betekenis niet opgenomen] | 6. in een bepaalde richting doen bewegen a. Eig. tot snelle gang aandrijven (…) b. Uitbr. doen aanslaan, in beweging brengen: een machine, motor-; de radio – of een bepaald programma - . Tgst. afzetten |
| Koenen (2006) | [in deze betekenis niet opgenomen] | 10 op gang brengen: de motor ~ |
| Kramers (2000) | [in deze betekenis niet opgenomen] | 6 op gang brengen, in werking stellen: een machine ~; de televisie ~ |
| Woordenboek Correct Taalgebruik (2004), p. 198 | [wordt afgekeurd] de radio, de tv -, aanzetten | - |
| Taalwijzer (2000), p. 24 | [bij aanzetten, wordt afgekeurd] Een radio, tv enz. worden aangezet (niet: opgezet) (vgl. ook: *aanstaan) | Een radio, tv enz. worden aangezet |
| Vlaams-Nederlands woordenboek (2003) | een elektrisch toestel aanzetten | - |